Het citaat van de dag

Lijden is een begeleidend verschijnsel bij de hogere ontwikkeling. Het is iets wat men niet kan ontberen bij het verkrijgen van kennis. Ooit zal de mens zeggen: wat de wereld mij aan vreugde geeft ben ik dankbaar, maar als ik voor de keuze wordt geplaatst of ik mijn vreugde of mijn lijden wil behouden, zal ik voor het lijden kiezen; ik kan dat niet missen het verkrijgen van kennis.

Elk lijden blijkt na verloop van tijd zodanig te zijn dat je het niet kunt missen, want we moeten het opvatten als iets wat hoort bij ontwikkeling. Er bestaat geen ontwikkeling zonder lijden, net zoals er geen driehoek bestaat zonder hoeken.

Wanneer harmonie met de Christus zal zijn bereikt, zullen we inzien dat daarvoor alle voorafgaande lijden een noodzakelijke voorwaarden was. Om harmonie te kunnen hebben met de Christus, moet het lijden er zijn, het is een absolute faktor in de ontwikkeling.

Door zijn egoïteit te overwinnen komt de mens over de stemming van neerslachtigheid en verlamd zijn heen. In dit fenomeen kan men iets zien wat goed is; kracht uit ontoereikende daad, dat wil zeggen het mislukken ervan, wordt aangemoedigd om verder te handelen!

Het streven van de mens is geen onbepaald geluk bij een loterij. Niet verlost blijft slechts iemand wiens vrije wil zich afkeert van de bestemming van het menselijk wezen. Lijden is een faktor in de synthese van het wereldproces.

Rudolf Steiner, Düsseldorf 21 april 1909

Uit: vragenbeantwoording in Düsseldorf van 21 april 1909, ’s avonds. Gepubliceerd in Geistige Herarchiën und ihre Widerspiegelung in der Physischen Welt, GA 110.

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


Drieduizend jaar na het begin van het donkere tijdperk ontstond de nieuwe mogelijkheid voor de verbinding van de mens met de geestelijke wereld. Deze mogelijkheid bestond daarin, dat de mens met zijn ik de vereniging met de geestelijke wereld kon bereiken, d.w.z. dat hij de mogelijkheid had, deze geestelijke wereld waar te nemen, ondanks het feit, dat de menselijke waarneming beperkt was tot de zintuigen. Deze mogelijkheid ontstond door de belichaming van Christus.

(…) Alleen bij Christus zien we, dat zijn goddelijk-geestelijk wezen in directe verbinding met een fysiek lichaam staat, d.w.z. het ik van Jezus verlaat zijn fysieke, etherische en astrale omhulling en Christus belichaamt zich (bij de doop) hierin als ik, zodat het ik van elk mens verbinding met Christus kan hebben.

(…) Het Christusgebeuren kan met het intellect, met het fysieke verstand begrepen worden. God moest op het fysieke vlak neerdalen, omdat de kwaliteit van de menselijke waarneming zich niet meer kon verheffen boven de wereld van de fysieke zintuigen. Vandaar de grote profetie van Johannes de Doper in het Evangelie, dat de toestand van de ziel veranderd moest worden, opdat het rijk der hemelen nader tot ons zou kunnen komen.

(..) We leven in de belangrijke tijd van het einde van het Kali Yuga. Sedert 1899 is het duistere tijdperk, dat 3101 voor Christus begon, reeds afgelopen en sedert dit tijdstip beginnen zekere kwaliteiten zich langzaam te ontwikkelen, die door de natuurwetenschap nog niet erkend zijn. In onze 20ste eeuw zullen langzamerhand in een deel van de mensheid nieuwe menselijke zielen-kwaliteiten zich ontwikkelen.

(…) Men moet wijzer worden door de waarheid, maar men moet ook steeds moediger over haar spreken, als over een geestelijk bloed, waarvan we ons gevoel en onze wil willen laten doordringen.

Rudolf Steiner, Palermo 18 april 1920

GA 118. Das Ereignis der Christus-Erscheinung in der ätherischen Welt. (De Wederkomst van Christus in de etherische wereld, uitgevrij Zevenster)

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


De mens heeft innerlijke trouw van node,
trouw aan de leiding van de geestelijke wezens.
Hij kan op deze trouw
zijn eeuwig zijn en wezen bouwen,
waardoor het eeuwig licht
het zintuig’lijk zijn
doorstromen en vervullen kan met kracht.

Rudolf Steiner, Dornach 12 april 1923

GA 40. Wahrspruchworte

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


Het zal ooit nog eens belangrijk worden voor het beschouwen van de mensheidsgeschiedenis dat de mensen die op aarde leven niet enkel tot aan hun dood gevolgd worden, maar ook bij hun werkzaamheid voorbij de dood, waar zij, indien zij op geestelijk gebied van betekenis zijn geweest, verder werken voor de zielen die dan naar de aarde gaan afdalen.

(…) het is van ongekend belang wat een mens doet, wanneer hij de resultaten van alles wat hij op aarde gedaan heeft omzet in iets geestelijks en meedeelt aan de zielen die na hem afdalen.

Rudolf Steiner, Dornach 12 april 1924

GA 236 Band 2. Esoterische Betrachtungen karmischer Zusammenhänge (Karma 4, uitgeverij Zevenster)

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


Niemand in de wereld hoeft door het geestes­wetenschappelijk inzicht ook maar het geringste van zijn religieuze overtuigingen prijs te geven. Geesteswetenschap wordt veelal miskend, omdat ze in feite op heel andere gronden berust dan welke godsdienstige overtuiging ook. Ze is zuiver geestelijke wetenschap.

(…) Ten eerste, doordat ze voor iedere menselijke ziel begrijpelijk is, doordat ze de dingen beschouwt, waarnaar elk menselijk hart ieder ogenblik van de dag eigenlijk zou moeten vragen.

(…) Vele duizenden malen heeft de mens het nodig als troost, wat de geesteswetenschap hem als troost te zeggen heeft en nodig als hoop en vertrouwen voor dit leven en voor de toekomst, wat de geesteswetenschap hem daaromtrent heeft te geven.

Rudolf Steiner, Rome 11 april 2011

GA 118. Das Ereignis der Christus-Erscheinung in der Ätherischen Welt (De wederkomst van Christus in de etherische wereld, uitgeverij Zevenster)

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


Mysteriespreuken

(…) Hoogtepunt van de zomer
Ontvang het licht.

Keerpunt van de herfst
Zie om je heen.

Dieptepunt van de winter
Hoed je voor het boze.

Keerpunt van de lente
Doorgrond jezelf.

Rudolf Steiner, 8 april 1923

GA 40. Wahrspruchworte (Gedichten, spreuken, meditaties)

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


De wereld moreel ervaren: de natuurgeesten beleven achter al het fysieke.

(…) We richten onze blik, omhoog kijkend vanaf de aarde, op de uitgestrektheid van de wereld-ruimte, van waaruit ons het blauw van de hemel tegemoet komt op een dag dat er geen wolk aan het blauw aan de hemel onderbreekt.

(…) Het komt in eerste instantie aan op de indruk die dit blauwe uitspansel van de hemel op ons maakt.

Zo aan het blauw van de hemel overgeven, dat wij alle uiterlijke indrukken, alle herinneringen, alle zorgen van het leven, alle bekommernissen voor een ogenblik kunnen vergeten en dat we ons volledig overgeven aan enkel en alleen maar de indruk van de blauwe hemel.

(…) Dan komt er een moment waarop we geen blauw meer zien, waarop het blauw ophoudt om voor ons blauw te zijn, aandacht geven aan onze eigen ziel, dan zullen we in onze ziel een heel bepaalde stemming opmerken: het blauw verdwijnt als het ware en er opent zich voor ons een oneindigheid.

En in deze oneindigheid wil een heel bepaalde stemming van onze ziel, een heel bepaald gevoel, een heel bepaalde gewaarwording van onze ziel uitvloeien; in de leegte die ontstaat, waar eerder het blauw was. En willen we deze gewaarwording van de ziel, wat daar naar buiten wil in al die oneindige verten benoemen, dan hebben we daar slechts één woord: onze ziel voelt ’vroom’, vroom tegenover een oneindigheid, vroom in overgave.

(…) Moreel, zo is de indruk van het blauwe hemelgewelf geworden. Het zich weids uitstrekkende blauw heeft een moreel gevoel in onze ziel opgeroepen. Terwijl het als blauw verdwenen is, is in onze ziel een moreel gevoel ten opzichte van de uiterlijke wereld tot leven gekomen.

Rudolf Steiner, Helsinki 3 april 1912

GA 136. Die geistigen Wesenheiten in den Himmelskörpern und Naturreichen. (Leven met engelen en natuurgeesten, uitgeverij Pentagon)

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


AntroVista
Citaat van de dag in samenwerking met Antrovista: www.antrovista.com