Het citaat van de dag

Wie over antroposofie wil spreken moet vooropstellen, dat hetgeen hij wil zeggen eigenlijk niets anders is dan wat uit het hart van zijn toehoorders komt. Dat is, waar ter wereld ook, altijd de bedoeling van de inwijdingswetenschap geweest. De grondtoon van een antroposofische uiteenzetting moet daarom de behoefte raken van de harten der mensen die antroposofie nodig hebben.

(…) religie is een woord zonder inhoud geworden. De mens heeft om zich heen in de beschaving wat oude tijden als wetenschap, kunst en religie bezaten. Maar de wetenschap der ouden is weggevallen. De kunst der ouden wordt niet meer ervaren in haar vroegere innerlijkheid. En wat als surrogaat naar voren komt kan de mens niet meer uit de fysieke substantie opheffen tot het stralen van de geest in de stof.

(…) Maar nu is de stem van het geweten veruiterlijkt. De wetten van de moraal worden niet meer teruggevoerd tot de goddelijke impulsen.

(…) Zo staat de mens nu tegenover de wereld. Uit deze gevoelens ontstaan de vragen die de antroposofie moet beantwoorden. De harten, die spreken vanuit deze stemming, zeggen: waar is het wereldinzicht dat deze gevoelens recht doet wedervaren?

Dat wereldinzicht wil de antroposofie brengen. En zij wil zo over wereld en mensen spreken, dat opnieuw iets kan ontstaan, wat begrepen kan worden met het moderne bewustzijn, zoals de oude wetenschap, oude kunst, oude religie begrepen zijn door het oude bewustzijn.

De antroposofie heeft, door de stem van het menselijk hart, zelf de geweldige opgave: de dorst te lessen van de hedendaagse smachtende mens. En daarom moet zij leven! Dat, beste vrienden, wil antroposofie zijn. Zij wil beantwoorden, aan wat de mens het vurigst verlangt voor zijn uiterlijk en voor zijn innerlijk bestaan. En zo ontstaat de vraag: kan er thans nog zulk een wereldbeschouwing bestaan?

De Antroposofische Vereniging dient de wereld hierop te antwoorden. Zij moet de weg vinden om de harten der mensen te laten spreken vanuit hun diepste smachtend verlangen. Dan zullen deze harten stellig ook het diepste verlangen naar de antwoorden beleven.

Rudolf Steiner, 19 januari 1924

GA 234 Anthroposophie – Eine Einführung in die anthroposophische Weltanschauung (Grondslagen van de Antroposofie - nader uitgewerkt)

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


De grote betekenis van de doop door Johannes de Doper is, dat hij bepaalde mensen die hij doopte tot bewustzijn moest worden gebracht. De mensen die hij doopte, dompelde hij volledig in het water onder. Zijn doop hield een totale onderdompeling in. Daardoor werd het etherlichaam van deze mensen uit het fysieke lichaam getild en werden zij voor een kort moment onder water helderziend.

Wat Johannes hen kon laten zien, was het feit dat de mens in de loop van de tijd wat zijn zielenleven betreft zo verkommerd was dat hij nog maar weinig van het oorspronkelijke spirituele erfgoed bezat – van dat spirituele vermogen dat hij door de poort van de dood kon meedragen en dat hem een helderziend bewustzijn kon geven.

En degene die door Johannes gedoopt werd, kreeg daardoor het inzicht: er is een vernieuwing van het zielenleven nodig. Er moest iets nieuws de zielen binnenstralen, zodat zich weer een leven na de dood kon ontwikkelen. En dit nieuwe is de zielen binnengestraald door het mysterie van Golgotha.

(…) Daarom kon Paulus zeggen: zoals de fysieke mensenlichamen van Adam afstammen, zo zullen steeds meer de zielen-eigenschappen van de mensen van Christus, van de tweede Adam, de geestelijke Adam, afstammen

Rudolf Steiner, Berlijn 14 januari 1913

GA 141 Das Leben zwischen Tod und neuer Geburt im Verhältnis zu den kosmischen Tatsachen. (De wereld van de gestorvenen)

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


In het leven
leert de ziel te denken;
zij denkt dan de wezens,
die scheppen wat zij ziet.
Maar voelt zij zich rustig,
gesterkt in zichzelf,
dan leert zij zichzelf
beslist niet alleen
door denken kennen;
dan weet zij zichzelf
in het heelal –
door goden gedacht.

Rudolf Steiner, Berlijn 13 januari 1914

GA 40 (blz. 92) Nederlands: Gedichten, Spreuken, meditaties. In deze tijd voltooide Rudolf Steiner de definitieve versie van Die Rätsel der Philosophie (GA 18), dat de ontwikkeling schetst van het filosofische denken vanaf de Griekse tijd tot aan het begin van de twintigste eeuw.

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


Wat bij de esoterische scholing bereikt moet worden, is de eenzaamheid van de ziel. Die moet grondstemming blijven van de ziel en ook door niets aan het wankelen worden gebracht, zelfs wanneer we de liefste mensen tegenkomen.

Door de eenzaamheid openen zich de poorten van de geestelijke wereld. Dat is juist de voorwaarde voor het zuiver geestelijk leven. Maar daarmee wordt ook bedoeld dat we de eenzaamheid niet opzettelijk opzoeken en ons daardoor aan de plichten onttrekken die we tegenover de wereld hebben, maar veeleer om dit eenzaamheidsgevoel in de ziel te laten ontwaken en het niet door onzinnige gedachten enzovoort tot zwijgen te brengen.

(...) Zeer veel wordt er gezondigd door geklets. Wat men uit zijn esoterische oefeningen prijsgeeft, gaat voor de leerling verloren. Dat zou men zich moeten realiseren. Het betekent altijd een verzwakking van het etherlichaam; mensen met een zwak etherlichaam zijn altijd aan het kletsen.

Daarom is het voor ons een eis om ons innerlijk leven als een geheim af te schermen, hoogstens in een kleine groep vrienden die op hetzelfde geestelijke peil staat, door het bespreken van esoterische mededelingen en waarheden ons esoterische leven te verrijken; alleen is daarbij de basisvoorwaarde dat de juiste stemming bij iedereen aanwezig is.

Door te zwijgen groeien in ons de krachten en de sterkte die ons vooruit helpen.

In de geest lag de kiem van mijn lichaam.

Rudolf Steiner, Berlijn 7 januari 1912

GA 266/11. Versie A, notitie van Gunther Wagner (er bestaan nog twee versies van) Nederlands: Esoterische scholing.

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


Het moet diep tot ons doordringen, dat we eigenlijk helemaal geen vaste grond hebben waarin we kunnen wortelen, dat we dus aldoor een speelbal van de illusie zijn. En tot dit inzicht moet beslist iedereen komen, die de weg van de esotericus wil gaan. En een bepaald gevoel zal bij de meeste mensen optreden, namelijk een gevoel van vertwijfeling, van verlatenheid, van angst. Een angst zoals men die kent, wanneer men aan de rand van een berg staat en onder zich een diepe afgrond gewaarwordt. Vertwijfeling, verlatenheid zullen de beginnende esotericus omgeven, omdat iedere steun die hij in het leven meende te hebben, als een maya, een illusie van hem afvalt. Zijn God schijnt hem ontnomen te zijn, omdat hij in de hele schepping alleen het onechte, het bedriegelijke ziet; dit inzicht kan hem zelfs tot atheïsme brengen.

(…) We zullen later inzien dat het wijs en goed is, dat de wereld maya, illusie is.. Wanneer alles ware werkelijkheid zou zijn, zouden wij zelf niet langer naar waarheid, naar volkomenheid streven, we zouden geen vaardigheden kunnen ontwikkelen. We zouden nooit gelegenheid hebben om vanuit onszelf, vanuit eigen vrijheid naar het ware inzicht te zoeken.

(…) Het ware goddelijke ligt achter de zichtbare schepping verborgen – dat is de grote waarheid die we als esotericus achter de zintuiglijke schijn moeten zoeken. En omdat de wereld een illusie is, geeft ze ons juist de gelegenheid ons ik door valse schijn heen tot ontwikkeling te brengen, zodat we zelf de werkelijkheid, de godheid moeten vinden.

De esoterische scholing geeft ons bepaalde oefeningen, concentratie- en meditatieoefeningen, waarbij door het oefenen innerlijke zielekrachten in ons kunnen worden gewekt, die anders nog lang zouden blijven sluimeren.. Ik wil hier nog duidelijk benadrukken dat de leerling zich niet op die weg moet begeven enkel vanuit het vertrouwen in zijn leraar of wellicht vanuit een blinde verering voor hem, want dat zou helemaal de verkeerde weg zijn. Hij moet zijn eigen verstand gebruiken bij alles wat hij doet. Hij moet als hij in zijn meditaties verdiept is, niet geloven dat daar een suggestieve kracht van uitgaat, want dat zou een geheel verkeerde aanname zijn. Ze kunnen niet suggestief werken, omdat ze zo zijn samengesteld dat iedereen door zichzelf de imaginatie bereikt, waarop door de oefeningen slechts gewezen wordt.

(…) De mens zal geleidelijk aan beleven alsof er iets naast hem loopt iets dat meedenkt, meeluistert. Het is een tweede ik dat te voorschijn komt, een dubbelganger die men buiten zich heeft geplaatst. Hoe serieuzer iemand de esoterische weg is gegaan, des te meer plaats hij van zijn oude mens buiten zich.

(…) Dat is niet steeds een aangename ervaring. Maar het besef deze dubbelganger altijd bij zich te hebben, zal hem zijn tekortkomingen in het bewustzijn roepen, opdat hij zich zal verbeteren. Hij moet voortdurend deze aanwezigheid beleven, anders zou het gevaarlijk worden en zou hij bij al zijn hoge idealen en intenties vergeten wat eigenlijk zijn innerlijk leven en zijn tekortkomingen zijn.

Hoe sterker de dubbelganger optreedt, des te beter is het voor onze ontwikkeling, want anders zouden we ons aan een grote illusie over onszelf overgeven.

Rudolf Steiner, Hannover 31 december 1911

GA 264. Zur Geschichte und aus dem Inhalten de ersten Abteilung der esoterischen Schule 1904-1914 (Esoterische Scholing)

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


Eenmaal was het gebeuren er als een historisch gebeuren, doordat deze impuls is ingetrokken in het aardse leven, maar hij moet steeds weer opgewekt worden in de herinnering, zoals het door zulke feesten kan plaats vinden. Want aan de ene kant is het waar, dat eenmaal het Chtristus-wezen is ingetrokken in de aarde-aura door het Mysterie van Golgotha, aan de andere kant is het waar, wat Angelius Silesius met de mooie woorden heeft gezegd:

Wordt Christus duizendmaal in Bethlehem geboren en niet in u,
ge blijft nog eeuwig dan verloren
”.

Wat in Bethelehem is geboren, zal hoe langer hoe dieper in onze ziel geboren worden, opdat we aan deze eigen ziel vervuld zien, wat het middeleeuwse gevoelen vervuld wilde zien, doordat het het lot van de door de Christus-impuls doortrokken zielen in die kinderlijke gestalten zag, die door de engelen omhoog worden gedragen naar de velden der zaligen en niet vallen in de klauwen van Ahriman, waar alleen die zielen blijven , die zich zo diep met het aardse leven hebben verbonden, dat ze oud schijnen, terwijl het niet het lot van de ziel is, om op aarde oud te worden, maar jong te blijven.

Het is alleen het lot van het lichaam om op aarde oud te worden. ’s Mensen hoger lot is het, in dit oudwordende lichaam de jeugd te bewaren in samenhang met het Mysterie van Golgotha, om zo hoe langer hoe meer de hoop in zich te voelen, dat, hoe ook de winterstormen in de ziel mogen woeden en de aanvechtingen in de ziel mogen leven, het levende vertrouwen nooit kan sterven; dat uit de diepten van de ziel kan opkomen, wat in de aarde-aura is ingevloeid door het Mysterie van Golgotha en wat we herinnerend in onze zielen willen beleven door zulke feesten.

Rudolf Steiner, Berlijn 23 december 1913

GA 150. Die Welt des Geistes und Ihr Hereinragen in das physische Dasein. (De kerstgedachte en het geheim van het ik, uitgeverij Zevenster)

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


Ze zijn er weer, deze twaalf heilige nachten, alsof ze – zonder dat men hier in de gangbare wetenschap eigenlijk weet van heeft gehad – vanuit de verborgen en wijze zielediepten van de mensheid zijn ingesteld, alsof ze wilden zeggen: beleef de hele diepte van het kerstfeest: maar verdiept U zich dan gedurende de twaalf heilige nachten in de heiligste geheimen van de kosmos! – Dat wil zeggen in het Land van het Universum, van waaruit Christus naar de aarde is afgedaald.

Rudolf Steiner heeft ook genoemd dat gedurende de 12 heilige nachten de zaden in de aarde worden bevrucht door de geestelijke krachten van de sterren, waardoor in de lente de planten uit de aarde kunnen ontkiemen. De eigenlijke bevruchting is niet de versmelting van de stuifmeelkorrel in het vruchtbeginsel van de stamper – dat is alleen nog zaadvorming – maar de bevruchting van de aarde door de hemel gedurende de dertien heilig nachten. Die geestelijke krachten heeft de aardeziel opgenomen tijdens haar uitademing met midzomer.

Met midwinter, als de ziel van de aarde ingeademd is, bevruchten deze geestelijke krachten van de planeten de zaadkiemen in de aarde. Alle planten en bomen en bomen kunnen ook tot planeetkrachten worden teruggevoerd volgend onderstaand schema:

Saturnus - hagebeuk
Jupiter - esdoorn
Mars - eik
Zon - es
Venus - berk
Mercurius - iep
Maan - kers

Rudolf Steiner, 21 december 1911

GA. 127
Die Mission der neuen Geistesoffenbarung. Das Christus Ereignis als Mittelpunktsgeschehen der Erdenevolution. Nederlands uit: De twaalf heilige nachten en de geestelijke hiërarchieën. Sergej O. Prokofieff

Renée Zeylmans, citaat van de dag

afdrukken


AntroVista
Citaat van de dag in samenwerking met Antrovista: www.antrovista.com