Augustus


21 juli tot 21 augustus

Zulke gelouterde onzelfzuchtigheid is waarachtig medelijden.

Waarachtig medelijden beleeft alle leed als zijn eigen, zonder de zelfstandigheid in het weloverwogen oordeel te verliezen. Zelfstandigheid kan veeleer alleen in medelijden haar oorsprong hebben. Want medelijden is geestelijke vereniging. Alles wat echter buiten ons blijft staan, oefent invloed of dwang op ons uit. In het bewustzijn van een mens, dat niet met het onze door het tussen ons wevende medelijden is verbonden, leven wij niet als vrije individualiteiten. Want zo'n mens mijdt ons of zou ons (ook al is het in een hem niet bewuste vorm) van hem afhankelijk willen maken. Evenzo kunnen wij ons van een mens die wij zonder medelijden tegemoet treden, alleen afwenden of op de een of andere manier macht over hem uitoefenen. Van een mens die wij met de gezindheid van overmeestering tegemoet treden, zijn wij echter niet minder afhankelijk dan van iemand voor wie wij vluchten.

Natuurlijk is hier sprake van bewustzijnshoudingen, niet van uiterlijk gedrag. Daar waar wij ons echter geestelijk verenigd hebben, kunnen wij noch object van een machtsuitoefening worden, noch oefenen wij zelf macht uit. Wij kunnen het niet, omdat ons eigen wezen en het met de ander verenigde niet doel van onze macht kan zijn. Daarom sluit kennis macht uit, en is medelijden een vorm van kennen. Ook in de medelijdende vereniging met de afschuw verdienende, die immers een geheel innerlijke is, vernederen wij ons niet. Veeleer bevrijden wij daardoor het in hem, zoals in elk lagere, verborgene hoge, waarvan het zichzelf echter niet bewust wordt. Waarachtig medelijden maakt ons derhalve niet alleen zelf vrij, maar bevrijdt ook degene die het omvat.

Zo wordt medelijden vrijheid.

Een meditatie van zulk medelijden is: Het medelijden is de omhulling waarin het vrije hart klopt.