Oktober


21 september tot 21 oktober

De tot hartetact verlevendigde hoffelijkheid verlangt niets voor zichzelf. Ze verlangt alleen maar andere mensen bij te staan in de vervulling van de sociaalkunstzinnige opgave, om hun uiterlijk optreden de glans van de in hen levende oorspronkelijke idee te verlenen. Wie de overtuiging is toegedaan dat in de dingen en wezens zelf de aanleg tot hun volmaaktheid ligt, is hiermee tevreden en ziet in de belemmeringen van hun ontplooiing noodzakelijke voorwaarden voor vooruitgang en aansporing tot zelfwerkzaamheid. Alleen wie niet in de wereldverschijnselen zelf het verborgen plan van hun ontplooiing herkent, maar van uiterlijke maatregelen wezenlijke veranderingen verwacht, is ontevreden. Daarom is tact van het hart tevredenheid.

Deze tevredenheid wordt steeds opnieuw door de beschouwing van de sociale en politieke toestanden bedreigd. En nog nooit was de aanleiding tot bedenkelijkheid ten aanzien van deze toestanden hachelijker dan in onze tijd. Hetgeen zich sinds tientallen jaren op de vreselijkste manieren openbaart en steeds verschrikkelijker dreigt zich te openbaren, kan in de zin van de hier gekarakteriseerde tevredenheid slechts begrepen worden als het gloren van het toekomstige verschijnen van de geest, als de wolken waarboven zich het licht verspreidt. Pas na de ondergang van verouderde verschijningsvormen van het sociale leven kan dit zijn eigentijdse gestalte aannemen. Uit nood wordt het schouwen geboren. Maar alleen wanneer vrees en gruwel voor de gebeurtenissen die uit de toekomst naderbij dringen, overwonnen worden in het vertrouwen te voldoen aan de dagelijkse eisen, kan het oog zich voor dit schouwen openen.

Zo wordt tevredenheid gelatenheid.

Een meditatie van zulke gelatenheid is: Uit puur vertrouwen, zonder enige bestaanszekerheid in de wetenschap van de altijd aanwezige hulp van de geestelijke wereld te leven, is de vereiste van onze tijd.