menu
Het citaat van de dag

Verzorgd door Renée Zeylmans († 16 februari 2018)


Als wij inslapen, gaan we met ons ik en ons astrale lichaam uit ons fysieke en etherische lichaam weg en gaan we de geestelijke wereld binnen. Wat wij overdag hebben doorgemaakt werkt nog na.

(…) Op het moment dat dit astrale lichaam de mens verlaat, begint zich meteen het karma te vormen, zij het aanvankelijk in de vorm van beelden. Het karma begint vorm aan te nemen. Het goed en kwaad dat wij overdag hebben gedaan, alles wat wij aanvankelijk met de ons bekende voorstellingen overzien, begint zich meteen wanneer wij inslapen om te zetten in de karmische ontwikkelingsstroom.

En dat duurt een tijdje na het inslapen. In die tijd overheerst dit omzetten in het karma al het overige wat er tijdens de slaap met ons gebeurt.

Maar dan, als de slaap voortduurt, begint de mens eerst in de belevenissen van een vorig leven op aarde onder te duiken, dan verder, in die van een daaraan voorafgaand leven, dan verder in die van het op twee na laatste, enzovoort.

En is de mens aan het wakker worden, dan is hij ook voorbij zijn eerste individuele leven op aarde gekomen. Hij is nog bij het beleven gekomen dat hij niet afgescheiden is van de totaliteit van het heelal, een toestand waarin er van een individueel aards leven nog geen sprake kan zijn. En pas als hij zo ver is kan hij weer teruggaan naar zijn fysieke organisme, zijn etherische organisme.

Nu ontstaat er weer een vraag, een zeer belangrijke vraag: maar als we alleen een kort slaapje doen, een middagdutje bijvoorbeeld , hoe gaat het dan? Of zelfs wanneer we bijvoorbeeld bij een voordracht even indommelen, maar wel echt slapen, en deze hele zaak maar twee, drie minuten, misschien maar één minuut of een halve minuut duurt? Dan zouden we, als we echt geslapen hebben, tussen inslapen en ontwaken een halve minuut in de geestelijke wereld zijn geweest.

Kijk, beste vrienden, voor dat hele korte slaapje –ook tijdens een voordracht– geldt precies hetzelfde als voor de nachtelijke slaap.

Het is namelijk zo dat op het moment dat de mens is ingeslapen, al is het voor het kortste dutje, de hele slaap een eenheid vormt en het astrale lichaam een onbewuste profeet is die de hele slaap tot aan het ontwaken toe overziet, in perspectief natuurlijk.

 
Rudolf Steiner, Dornach 22 juni 1924

GA 236. Esoterische Betrachtungen karmischer Zusammenhänge Zweiter bund. (Karmaonderzoek 3 – uitgeverij Vrij Geestesleven)


We moeten steeds bedenken dat we door onze occulte ontwikkeling anders worden dan andere mensen. Onze interesses veranderen en men kan vaak van esoterici de klacht horen dat ze voelen, dat hun interesse voor veel dingen verdwijnt, die hen voor die tijd interesseerden en dat zich bij hen een innerlijke verlatenheid en leegte openbaart.

Maar dat is een heel normale en snel voorbijgaande toestand. En de leegheid van hun ziel zal spoedig met interesses worden opgevuld, die in honderdvoud, ja in duizendvoud de andere vervangen. We moeten echter desondanks niet de samenhang met andere mensen, met de interesses die ons vroeger hebben vervuld, opgeven, en moeten vooral niet van andere mensen verlangen dat zij hun interessesfeer veranderen.

Het verschil tussen de exoterische en de esoterische mens is immers dat de exoterische mens zijn fysieke lichaam stevig met de andere lichamen doordringt, zogezegd alles naar de uiterlijke oppervlakte dringt. De gewone mens die in een volk, in een familie geboren wordt, erft daardoor bepaalde begrippen over goed en kwaad, over waarachtigheid en andere deugden, die de scheppende goden in de loop van de ontwikkeling in hen hebben gelegd.

De esotericus zal geleidelijk aan vanuit eigen inzicht volgens deze deugden leven. Maar hij mag niet over de begrippen die onder de mensen daarover heersen heen stappen, want dan zou hij wat zijn ontwikkeling betreft in grote gevaren kunnen raken. Bij hem wordt immers de innerlijke mens geleidelijk aan van de uiterlijke losgemaakt. Zijn hogere delen laten zijn lagere alleen, en wanneer hij nu de gewone wetten van de mensheid, bijvoorbeeld ten aanzien van waarachtigheid, niet in acht neemt, kan hij in een leugenachtigheid terechtkomen, die hem natuurlijk in de ontwikkeling zal hinderen en die veel schade kan aanrichten.

Alle wanklanken en onenigheden, ook onder esoterici, zijn daarop terug te voeren.

(…) Bij elke slaap heeft een mens de gelegenheid het karma tegen te komen. Dat is een van de grote geheimen van het bestaan.

 
Rudolf Steiner, Kristiana (Oslo) 20 juni 1910

GA 266/II versie A. (Esoterische Scholing, uitgeverij Vrij Geestesleven)


Bij de mensen die ten gevolge van aardbevingen of vulkanische erupties stierven, kun je in de loop van hun volgende incarnaties heel andere eigenschappen waarnemen. Zij brengen bij hun geboorte grote spirituele begaafdheden mee, want ze zijn door hun dood in verbinding getreden met een element dat hun het ware gezicht van de dingen èn het illusionaire van een zuiver materieel leven heeft laten zien.

Er is ook een verband waargenomen tussen bepaalde geboorten en de aardbevings- en vulkaanrampen. In tijden van rampen incarneren zich graag materialistische zielen, die zich sympathisch aangetrokken voelen door de vulkanisch fenomenen zoals door de krampachtige bewegingen van de kwaadwillige aardeziel.

En op hun beurt kunnen deze geboorten nieuwe rampen teweegbrengen. Want omgekeerd hebben de kwade zielen een prikkelende invloed op het aarde-vuur. De evolutie van onze planeet is nauw verbonden met de ontwikkeling van de menselijke krachten en van de beschavingen.

 
Rudolf Steiner, Parijs 12 juni 1906

GA 94. Kosmogonie (Kosmogonie – De evolutie van mens en heelal)


Zo kunnen, bijvoorbeeld, in onze tijd waarin schranderheid geen zeldzaam verschijnsel is, mensen in een klein of in een groot college samenkomen om uit te denken wat de beste pedagogische maatregelen zijn.

En ze zullen dan - ik zeg dat geheel zonder ironie - wanneer ze zo bij elkaar komen en van allerlei uitdenken over hoe er opgevoed moet worden, en wat er allemaal in het leerplan van deze of gene klas moet komen te staan, heel veel uitmuntende dingen uitdenken.

Ik ben ervan overtuigd dat mensen, wanneer ze alleen maar een beetje slim zijn, en dat zijn tegenwoordig de meeste mensen, ideale programma’s tot stand kunnen brengen. (...) Ik opper geen enkele bedenking tegen deze programma’s. Ik ben ervan overtuigd, dat niemand, die kritiek op deze programma’s uitoefent, in de grond van de zaak betere programma’s zou maken. Daar gaat het nu niet om.

Want wat wij zo uit-denken, kunnen wij aan de werkelijkheid opdringen maar die werkelijkheid wordt dan niet zo, dat daar mensen in kunnen leven. Maar dat is nu juist waar het op aan komt!

 
Rudolf Steiner, 11 juni 1922


Leugens en huichelarij vinden plaats in de ziel en in het ’Ik’. Men kan vanuit een materialistisch standpunt geloven, dat leugens zich alleen in het innerlijk afspelen. Maar de occulte waarnemer weet dat er daardoor in het fysieke lichaam, tot in de structuur, veranderingen optreden. Zulke veranderingen vinden ook plaats door de talrijke conventionele leugens die in de wereld leven.

Overzien we nu de werkelijkheid van de materie; we weten hoe ons leven doorspekt is met allerlei onwaarachtigheden. Als de mensen iets zeggen wat ze niet zo menen, is het daarmee als met een afdruk van een stempel in het zegellak. Deze afdruk blijft. Alle huichelarij, onwaarheid, laster, blijft als een afdruk in het fysieke lichaam achter. Als de mens ’s nachts zijn fysiek- en etherlichaam verlaat, kan men zulke afdrukken waarnemen.

Nu komen de wezens uit hogere werelden en vinden deze. Dat is niet verenigbaar met de hogere wereld. Daardoor ontstaat iets nieuws, er wordt iets heel nieuws voortgebracht. Nu worden door het fysieke lichaam wezens afgesnoerd van de hogere wezens, die dan een zelfstandig bestaan leiden tussen de ons omgevende rijken. Men noemt ze in de occulte wetenschap fantomen.

Het zijn wezens met fysieke wetmatigheid. Ze dwarrelen rond in de ruimte. Ze houden de menselijke ontwikkeling tegen. Ze maken hetgeen er in de wereld leeft, slechter dan wanneer ze er niet geweest waren. Deze fantomen zijn wezens die de mens voortbrengt door middel van leugens, huichelarij enz.

Een toekomstige mensheid moet weten, wat ze bewerkstelligt door leugens, huichelarij en laster.

 
Rudolf Steiner, Keulen 9 juni 1908

GA98; Pinksteren als gezamenlijk streven van de zielen en het werken aan de vergeestelijking van de wereld. Vertaling uit: Pinksteren, het feest van de vrije individualiteit. Uitgeverij Pentagon, ISBN 9789490455903.


toon meer citaten

Adressen en bronnen

Renée Zeylmans

Overleden op 16 februari 2018

www.reneezeylmans.nl

Nearchus CV

Uitgeverij voor Sociale Driegeleding

Postbus 387

9400 AJ Assen

0592 408 989

www.nearchus.nl

Uitgeverij Pentagon

Vertalingen van Rudolf Steiner, opvoeding en vrijeschoolpedagogie

Prinsengracht 1055-b3

1017 JE Amsterdam

Postbus 15252
1001 MG Amsterdam

020 622 7679

www.uitgeverijpentagon.nl

Stichting Rudolf Steiner Vertalingen

'Werken en Voordrachten' in het Nederlands

Boswachtersveld 203

7327 JS Apeldoorn

www.steinervertalingen.nl