menu
Het citaat van de dag

Verzorgd door Renée Zeylmans († 16 februari 2018)


Alle melkprodukten die het menselijk organisme opneemt, bestemmen hem tot aardeschepsel en brengen hem in samenhang met de aardse verhoudingen. Welbeschouwd kluisteren zij hem niet aan de aarde. Zij maken hem tot aardeburger en verhinderen hem toch niet burger van het gehele zonnestelsel te zijn.

(…) Het besluit melkvoeding tot zich te nemen betekent als het ware: ik wil mij op aarde ophouden om mijn opgave te kunnen volbrengen, doch ik wil er niet uitsluitend voor de aarde zijn.

(…) Om niet al te zeer de innerlijke ontwikkeling nastrevende zonderling te worden, om niet te vervreemden van menselijk voelen, menselijk streven op aarde, is het goed zich te voeden met melk en melkprodukten gedurende het verblijf op aarde.

(…) Wie een ontwikkeling doormaakt, beleeft alle suikersubstantie die hij tot zich neemt of in zich heeft als iets, dat innerlijke vastheid, innerlijke steun, een soort natuurlijk ik-gevoel geeft. In dit opzicht mag zelfs in zekere zin een soort lofrede op de suiker worden gehouden. Juist iemand die een zielenontwikkeling doormaakt, kan dikwijls bemerken dat hij soms zelfs behoefte heeft aan wat suiker, omdat de ontwikkeling van de ziel er vanzelf toe leidt steeds onzelfzuchtiger te worden. De ziel wordt vanzelf onzelfzuchtiger door een grondige geestelijke ontwikkeling.

Opdat nu de mens, die door zijn fysieke lichaam nu eenmaal een aarde-opgave heeft, niet de samenhang van zijn ik-organisatie met de aarde verliest, is het juist goed een tegenwicht te verschaffen in het lichamelijke, waar de egoïteit immers niet zo’n grote betekenis heeft als in het morele. Door het gebruik van suiker wordt een soort onschuldige egoïteit tot stand gebracht, die een tegenwicht kan vormen tegen de onafwendbare onzelfzuchtigheid op moreel-geestelijk gebied. Het kan ons ervoor vrijwaren niet alleen onzelfzuchtig maar ook nog dromerige fantasten te worden en de samenhang met een gezond oordeelsvermogen over aardse verhoudingen te verliezen.

De toevoeging van suiker aan de voeding kan de mogelijkheid verschaffen ondanks het opstijgen in de geestelijke wereld met beide benen op de grond te blijven staan en een zeker gezond inzicht aan te kweken.

Om niet aan een verkeerde onzelfzuchtigheid blootgesteld te zijn, gevoelt iemand die vorderingen in de antroposofie maakt, soms behoefte aan wat suiker. Hij beleeft door het gebruik van suiker onwillekeurig een zekere vastheid, een zeker ik-gevoel zonder morele schade op te lopen. In het algemeen kan gezegd worden dat suiker langs lichamelijke weg het persoonlijkheidskarakter verhoogt. Mensen die graag suiker eten – natuurlijk binnen gezonde grenzen – kunnen hun persoonlijkheid gemakkelijker in hun fysieke lichaam uitdrukken dan mensen die dit niet doen.

 
Rudolf Steiner, Den Haag 21 maart 1913

GA 145. Welche bedeutung hat die okkulte Entwicklung des Menschen für seine Hullen-physischen Leib, Atherleib, Astralleib – und sein Selbst? (Innerlijke ontwikkeling door Antroposofie, uitgeverij Vrij Geestesleven)


Als je de antroposofie wilt benaderen moet je om zo te zeggen de taal weer helemaal opnieuw leren. Want u zult wel merken, als een of andere geleerde van tegenwoordig een lezing houdt -sakkerloot, dat gaat alsof het uit een machine komt.

Een uiteenzetting op het gebied van geesteswetenschap, van antroposofie is anders. Daarbij moet voortdurend naar de woorden worden gezocht, moeten de woorden innerlijk als nieuw worden gehanteerd. En dan later, als de woorden zijn gevormd, dan ben je bang dat die woorden niet de goede betekenis hadden. Bij antroposofie bestaat een heel andere verhouding tot degene die luistert, dan bij de tegenwoordige geleerden het geval is. Zij laten zich niets aan de taal gelegen liggen. In de antroposofie moet altijd rekening gehouden worden met de taal.

Dat is nu wat op een bijzondere manier aan het licht treedt als ik mijn boeken schrijf; dan heb ik om zo te zeggen voortdurend een innerlijke onrust om de taal goed te vormen zodat de mensen ook kunnen begrijpen wat er staat. Wat men dan met de taal moet scheppen is iets nieuws.

Geleerden van tegenwoordig zeggen gewoon dat ik een slechte stijl heb, dat ik geen behoorlijk Duits schrijf. Dat komt omdat ze de gewoonte hebben om de woorden zomaar achter elkaar te zetten, zoals dat bij routinewerk gaat. Ze spreken niet vanuit hun ziel. Daardoor hebben ze niet de gewoonte om hun zinnen anders te vormen dan ze doen. Het blijkt dus wel dat de mensen zich tegenwoordig niet meer veel van de taal aantrekken.

 
Rudolf Steiner, Dornach 17 maart 1923

GA. 349 Vom Leben des Menschen und der Erde (Het Leven van mens en aarde, uitgeverij Vrij Geestesleven)


Inwijding betekent; het wekken van de in iedere mensenziel sluimerende vemogens waardoor men kijken kan in de geestelijke werelden, die achter onze zintuiglijke wereld liggen en waar onze zintuiglijke wereld alleen maar een uiterlijke uitdrukking, een uitwerking van is.

Een ingewijde is iemand die de nauwkeurig bepaalde, wetenschappelijk doorwerkte methoden van de inwijding heeft toegepast, methoden die net zo wetenschappelijk doorwerkt zijn als de methoden die toegepast worden in de scheikunde, de natuurkunde of op andere wetenschappelijke gebieden.

Wat je bij zulke methoden ervaart is overigens niet iets wat een mens op iets uiterlijks moet toepassen, maar wat in eerste instantie alleen op jezelf betrekking heeft, op het instrument, het werktuig waardoor heen je in de geestelijke wereld kijkt.

Een echte kenner van de geest weet hoe diep en waar de volgende woorden van Goethe zijn:

Vol raadsels, zelfs bij lichten dag,
laat de natuur haar sluier niet verdringen,
en wat ze wilde, dat uw wezen nimmer zag,
dat kunt gij met geen schroeve’ en geen hefboom dwingen.

(...) Wat de geestwetenschappelijke beweging wordt genoemd is een pad dat ontsloten is om de mensen tot dat punt te brengen dat ze de weg naar de hogere geheimen kunnen vinden.

(...) De hoogste wijsheid is één onverdeelde wijsheid waar en wanneer er ook maar mensen leven of geleefd, als ze eenmaal tot de hoogste wijsheid zijn gekomen, dan is deze hoogste wijsheid voor alle mensen één wijsheid, net zoals het uitzicht als je je helemaal bovenop de top van een berg bevindt één onderbroken uitzicht is. Maar er bestaan verschillende wegen om op de top van de berg te komen, en je zult de weg kiezen die gezien het uitgangspunt waarop je je bevindt de meest geschikte is.

 
Rudolf Steiner, 14 maart 1907

GA 55. Die Erkenntnis des Übersinnlichen in Unserer
zeit. (Christian RosenKreutz en het geheim van
de rozenkruizers, uitgeverij Pentagon)


Er zal voor de mensheid een tijd komen – pas in de zesde grote mensheidsperiode zal dit geheel realiteit worden, maar het bereidt zich nu al voor – waarin de mensen de blik zullen richten op datgene wat ze beleefd en ervaren hebben en wat als herinnering in hen leeft. Ze zullen dan merken dat in de kracht van het zich herinneren Christus meeleeft. Door elke voorstelling zal Christus kunnen spreken.

En wanneer we onze voorstellingen tot leven wekken, zal in de herinnering, Christus met ons verbonden zijn. De mens zal op zijn leven kunnen terugkijken en tot zichzelf zeggen: zoals ik mij kan herinneren, zoals de kracht van het geheugen in mij leeft, zo leeft in dit geheugen de erin uitgegoten Christusimpuls, dan zal de mens bijvoorbeeld niet meer uitsluitend erop aangewezen zijn aan de hand van uiterlijke documenten geschiedenis te leren. Zijn herinneringsvermogen zal zich namelijk vergroten. Christus zal in deze herinnering leven.

En de mens zal doordat Christus in zijn herinneringsvermogen is binnengetrokken en nu daarin leeft, weten hoe Christus tot aan het mysterie van Golgotha bovenaards werkzaam is geweest. Hoe hij dit mysterie van Golgotha heeft voorbereid en er doorheengegaan is en hoe hij als impuls verder werkt in de geschiedenis. Zo waarachtig en reëel zal de mens dat kunnen overzien, zoals nu in het gewone leven de herinnering aanwezig is. Men zal de aardse ontwikkeling van de mensheid innerlijk niet anders kunnen overzien dan zodanig dat men de Christusimpuls in het middelpunt waarneemt.

Het gehele herinneringsvermogen van de mens zal doortrokken en tegelijkertijd versterkt worden door de Christusimpuls die binnendringt in het geheugen, in de kracht van de herinnering.

 
Rudolf Steiner, Pforzheim 7 maart 1914

GA 152. Vorstufen zum Mysterium von Golgotha. (Wat aan het mysterie van Golgotha voorafging. Uitgeverij Zevenster, ook opgenomen in: Over de wederkomst van Christus. Hans Werner Schroeder)


Zoals toentertijd Christus met louter fysieke vermogens moest worden gezocht, zo zullen de mensen met hun nieuw ontwikkelde vermogens Christus vinden in een wereld waar alleen etherlichamen kunnen worden gezien. Want een tweede fysieke incarnatie van Christus zal niet komen. Slechts eenmaal heeft hij in een stoffelijk lichaam geleefd, omdat slechts eenmaal de menselijke vermogens dusdanig waren dat men Christus niet anders dan in een stoffelijk lichaam kon zien. Maar nu zullen de mensen met hun hogere vermogens het zeker zo reële etherlichaam van Christus kunnen waarnemen. Dat is het geweldige gebeuren dat ons te wachten staat: de wederkomst van Christus Jezus – eerst ten overstaan van enkele, dan van steeds meer mensen.

(…) Maar één ding zal noodzakelijk zijn: de vermogens waardoor de Christus-gebeurtenis kan worden waargenomen tussen de dood en een nieuwe geboorte, kunnen niet in die tijd tussen dood en geboorte worden verworven, die moeten hier op het fysieke plan worden verworven, zodat ze kunnen worden meegenomen naar het hiernamaals. Niet alleen door de inwijding, maar ook door het begripvol opnemen van de geestwetenschapelijke mededelingen, verwerven we de vermogens, de mogelijkheid, om deze Christus-gebeurtenis ook in de geestelijke wereld waar te nemen. Er zijn nu eenmaal vermogens die op aarde verworven moeten worden. We zijn niet voor niets hier op de fysieke aarde neergezet.

(…) We moeten leren begrijpen dat we de belangrijkste gebeurtenissen in de toekomst niet op het fysieke plan moeten zoeken, maar daarbuiten, zoals we Christus bij zijn wederkomst als ethergestalte zullen moeten zoeken. Maar er zullen mensen zijn die dit verkeerd begrijpen en zullen zeggen: ”Dus Christus komt terug!” Doordat ze dan in de waan verkeren dat het om een fysieke wederkomst gaat, geven ze voedsel aan allen die zich als valse messiassen zullen opwerpen. En er zullen er genoeg zijn die het materialistische geloof van de mensen zullen gebruiken, die het materialistisch denken en voelen van de mensen zullen misbruiken om zich voor Christus uit te geven.

 
Rudolf Steiner, Stuttgart 6 maart 1910

GA 118. Das Ereignis der Christus-Erscheinung in der Ätherischen Welt (Het esoterisch christendom, uitgeverij Vrij Geestesleven)


toon meer citaten

Adressen en bronnen

Renée Zeylmans

Overleden op 16 februari 2018

www.reneezeylmans.nl

Nearchus CV

Uitgeverij voor Sociale Driegeleding

Postbus 387

9400 AJ Assen

0592 408 989

www.nearchus.nl

Uitgeverij Pentagon

Vertalingen van Rudolf Steiner, opvoeding en vrijeschoolpedagogie

Prinsengracht 1055-b3

1017 JE Amsterdam

Postbus 15252
1001 MG Amsterdam

020 622 7679

www.uitgeverijpentagon.nl

Stichting Rudolf Steiner Vertalingen

'Werken en Voordrachten' in het Nederlands

Boswachtersveld 203

7327 JS Apeldoorn

www.steinervertalingen.nl