menu
Het citaat van de dag

Verzorgd door Renée Zeylmans († 16 februari 2018)


nieuw

Op vrijdag de 13e oktober 1307 werden op bevel van koning Filips de Schone alle leden van de Tempelierenorde in Frankrijk gearresteerd, op valse gronden. Het was het begin van de nagenoeg volledige uitroeiing van de Orde van de Tempelieren.

”Wanneer de mens zijn dagelijks werk verricht, met zijn handen of met een ander werktuig, dan plaatst hij daarmee iets uiterlijks, iets materieels in de wereld. Met de mystiek zoals de Tempelieren die beleefden, wordt iets geestelijks in de geestelijkheid van de aarde gebracht. Maar hiermee zette de mensheid werkelijk een stap verder in haar ontwikkeling. Het Mysterie van Golgotha werd door dit beleven van de Tempelieren op een diepere manier begrepen en ervaren.

Daarmee was er iets met betrekking tot het Mysterie van Golgotha ontstaan dat er eerder niet was. De Tempelieren hadden daarmee echter ook nog iets bijzonders bewerkt. Doordat zij zich zo intensief inleefden in het Mysterie van Golgotha, hadden zij het vermogen ontwikkeld om de christelijke inwijding door deze historische gebeurtenis werkelijk te bereiken.”

 
Rudolf Steiner, 2 oktober 1916

GA 171, pagina 197 – vertaling JH


Het zal nog slechts enkele decennia duren, dan zullen de mensen, in het bijzonder de jongere mensen, ervaren –nu al bereidt het zich overal voor- : iemand komt hier of daar naartoe, hij beleeft het een en ander. Als hij door zich in de antroposofie te verdiepen werkelijk zijn blik gescherpt zou hebben, zou hij merken dat er plotseling om hem heen iemand is, dat er iemand komt om te helpen, om hem op iets attent te maken, dat Christus hem tegemoet treedt, terwijl hijzelf meent dat het een gewone, aardse persoon is.

Maar doordat diegene direct weer verdwijnt, zal hij begrijpen dat het een bovenzinnelijk wezen moet zijn. Menigeen zal het volgende ervaren: hij zit stil en teneergeslagen in zijn kamer, het leed drukt zwaar op hem, hij ziet echt geen uitweg meer, dan gaat de deur open: de etherische Christus verschijnt en spreekt troostende woorden tot hem.

Een levende trooster zal Christus voor de mensen worden! Al lijkt het ook vandaag de dag nog grotesk, toch is het wáár dat soms als mensen bijeenzijn en zich geen raad weten, en ook als grotere groepen mensen samenzijn en wachten, dat zij dan de etherische Christus zullen zien! Hij zal zelf aanwezig zijn, zal beraadslagen, zal ook tijdens vergaderingen zijn woord laten klinken.

Zulke tijden gaan wij zeker tegemoet. Dat is het, wat als een positief, opbouwend element in de mensheidsontwikkeling zal ingrijpen.

 
Rudolf Steiner, Bazel 1 oktober 1911

GA 130. Das Esoterisch Christentum und die geistige Führung der Menscheit. (Nederlandse vertaling uit: Over de wederkomst van Christus. Hans W. Schroeder Uitgeverij Christofoor)


En zo zien we beste vrienden juist in Novalis een lichtende voorbode van de Michaël-stroming die u allen tot baken moet zijn. Nu terwijl u leeft, en vervolgens, wanneer u door de poort van de dood zult zijn gegaan. U zult daar in de geestelijke bovenzinnelijke wereld al die mensenzielen vinden met wie u zult voorbereiden wat aan het einde van deze eeuw (20ste) moet gebeuren en wat de mensheid door de grote crisis heen moet brengen waarin ze zich bevindt.

Alleen dan wanneer deze opgave, dit ons doordringen met de grote, geweldige kracht van Michaël, met de wil van Michaël die immers niets anders is dan wat voor de Christus-wil voor de Christus-kracht uitgaat ten einde deze Christus-kracht op een betere wijze in het leven op aarde te integreren– alleen dan, wanneer deze Michaël-kracht werkelijk de zege kan behalen over het demonische-draakachtige dat u immers ook goed kent en wanneer u allen op deze wijze de Michaël-gedachte in het licht hebt opgenomen, wanneer u deze Michaël-gedachte in goede trouw en met intense liefde hebt opgenomen en bewaard, wanneer u tracht deze Michaël-wijdingsstemming dit jaar (1924) tot uitgangspunt te nemen van datgene, wat deze Michaël-gedachte niet alleen met alle intensiteit, met alle kracht in uw ziel doet oplichten, maar in al uw daden kan laten leven– dan zult u trouwe dienaren van deze Michaël-gedachte zijn, dan zult u hoogwaardige medewerkers kunnen worden bij datgene wat in de zin van Michaël door antroposofie in de aarde-ontwikkeling verwezenlijkt moet worden.

Wanneer in de naaste toekomst in ten minste vier keer twaalf mensen de Michaël-gedachte sterk opleeft, in vier keer twaalf mensen die echter niet door zichzelf, maar door de leiding van het Goetheanum in Dornach als zodanig kunnen worden erkend, wanneer uit vier keer twaalf van dergelijke mensen initiatiefnemers naar voren komen voor een Michaël-feeststemming, dan kunnen we het licht tegemoet zien dat door Michaël-stroming en Michaël-activiteit zich in de mensheid van de toekomst zal verbreiden.

Ik heb getracht alles op alles te zetten om u vandaag met deze korte woorden tenminste te zeggen dat het zo is. Voor meer zou vandaag mijn kracht nog tekortschieten Maar dat is wat vandaag door de woorden heen tot uw zielen moge spreken: dat u door deze Michaël-gedachte opneemt in de zin van wat een hart dat trouw is aan Michaël kan voelen wanneer Michaël verschijnt, bekleed met het stralenkleed van de zon, Michaël die wijst en duidt op datgene wat gebeuren moet, opdat dit Michaël-kleed, dit licht tot de stromende woorden kan worden, die de Christus-woorden zijn, die de kosmische woorden zijn, waardoor Wereld-Logos tot mensen-logos kan worden. Laat mij daarom vandaag deze woorden tot u spreken:

Gij, aan zonnemachten ontsproten,
licht schenkende, werelden zegenende
geestesmachten – tot Michaëls stralenkleed
zijt ge voorbestemd door het godendenken.

Hij, de Christusbode, duidt in u
op mensdragende, heilige wereldwil;
gij, heldere wezens van de etherwereld,
draagt het woord van Christus naar de mens.

Zo verschijnt Michaël, de heraut van Christus,
aan de wachtende, dorstende zielen;
voor hen schijnt uw lichtend woord
in de wereldtijd van de geestesmens.

Gij, leerlingen in het geestesonderricht,
neemt Michaëls wijze wenken,
neemt het liefdewoord van de wereldwil
met vrucht in uw hoge zieledoelen op.

 
Rudolf Steiner, Dornach 28 september 1924

Laatste voordracht van Rudolf Steiner voor zijn dood.
GA 238. Esoterische Betrachtungen Karmischer Zusammenhänge. Vierter Band. (Karmaonderzoek 5, uitgeverij Vrij Geestesleven) Zie ook: Rudolf Steiner en de grondvesting van de nieuwe mysteriën door Sergej O. Prokofjeff, hoofdstuk 7 Het Michaëltijdperk en het nieuwe Graalsgebeuren (uitgeverij Perun Boeken)


Op aarde moet de ontwikkeling zo plaatsvinden, dat wat als iets geestelijks in mij leeft, gaandeweg het hele stoffelijk bestaan omvormt.

(…) Terwijl de mensen van incarnatie tot incarnatie voortschrijden, zal gaandeweg in alles wat ze uiterlijk verrichten, het spirituele instromen dat afkomstig is van het Mysterie van Golgotha, -tot in het Vader-principe toe– zodat de hele uiterlijke wereld doorstroomd zal zijn van het Christus-principe.

De mensen zullen de gelatenheid overnemen in hun leven, die van het kruis op Golgotha verkondigd is en die voor de toekomst het beste doet hopen, het ideaal, zoals het klonk: ”ik laat in mezelf het geloof ontbloeien, laat de liefde in me ontstaan; dan zullen geloof en liefde in mij leven en ik zal dan weten, dat ze alles zullen doordringen als ze sterk genoeg zijn.

Ik zal dan ook weten, dat het Vader-principe in mij ervan doordrongen zal zijn. De hoop op de toekomst der mensheid zal zich voegen bij ”geloof” en ”liefde”; dan zullen de mensen begrijpen, dat ze zich in de toekomst deze gelatenheid eigen moeten maken, waardoor ze zeggen kunnen: ”Als ik slechts het geloof en de liefde bezit, dan mag ik de hoop koesteren, dat het deel van Christus Jezus, dat ik in me draag, gaandeweg ook buiten mij werkzaam zal worden”.

Dan zullen de mensen de woorden begrijpen, die als een groots ideaal van het kruis geklonken hebben, Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest.” (Lukas 23-46)

 
Rudolf Steiner, Bazel 26 september 1909

GA. 114 Das Lukas-Evangelium. (Het Lukas Evangelie, uitgeverij Vrij Geestesleven)


Wie vandaag de dag de krant leest, kan het regelmatig meemaken dat hij op elke pagina iets leest dat niet waar is. Achteraf blijkt dan dat het niet waar was. Voor dergelijke dingen zijn, geloof ik, de meeste mensen al afgestompt, ze nemen waarheid of leugen beide in onverschilligheid op. Als mensen hiervoor echt afgestompt zijn, en waarheid en leugen op dezelfde wijze opnemen, dan zullen zij de geestelijke wereld niet kunnen betreden.

(…) Wanneer de mensen de geestelijke wereld willen leren kennen, moeten zij ertoe komen bij een onjuiste zaak zielepijn, en bij een juiste zaak zielevreugde te ervaren. Over de waarheid zou men zich zo moeten verheugen alsof men van iemand een miljoen geschonken krijgt!

Zo moet men zich kunnen verheugen wanneer men een waarheid te horen krijgt en zo moet men innerlijk, in de ziel, kunnen lijden wanneer men ontdekt dat men voorgelogen wordt –zoals het lichaam lijdt wanneer het ernstig ziek is. De ziel moet niet ziek worden, maar moet pijn of vreugde ervaren, zoals het lichaam ziekte ervaren kan of juist een weldadig gevoel. Dat wil zeggen dat men de waarheid moet ervaren zoals men vreugde en gelukzaligheid in het dagelijkse leven ervaren kan, en men moet het onware zo pijnlijk ervaren, innerlijk zoveel pijn beleven, zoals men anders van verstoringen in het lichaam ziek kan worden.

Het betekent dat wanneer iemand je een pak vol leugens heeft verkocht, dan moet je kunnen zeggen: Wel verdorie! Die heeft mij knollen voor citroenen verkocht! – dat moet echter wel innerlijk waar zijn. Als we nu in onze tijd de pers bekijken, dan moeten we onder ogen zien dat we voortdurend knollen voor citroenen verkocht krijgen. Wie daaronder gezond wil blijven moet voortdurend innerlijk ’spugen’. Omdat we echter nu eenmaal nauwelijks zonder kranten kunnen, moeten we –wanneer we de geestelijke wereld willen betreden– onszelf aanleren dat de krant ons een vieze smaak geeft en dat we, wanneer we iets lezen dat betekenis heeft, waar een mens zich innerlijk geeft, vreugde ervaren, zoals we een vorm van vreugde kunnen ervaren van iets dat goed smaakt.

De waarheid en het streven naar waarheid moet ons goed smaken, en de leugen moet bij ons een bittere, giftige smaak oproepen. Oordelen hebben een kleur, dat moeten we leren. Maar we moeten ook weten dat drukinkt ons meestal knollen voor citroenen geeft. Dat moeten we in alle eerlijkheid en oprechtheid kunnen beleven. Dat brengt ons tot geestelijke verandering.

Mensen praten over de uiterlijke alchemie en menen dat de alchemist koper in goud kan veranderen. Allerlei charlatans willen ons dat nog steeds laten geloven; en goedgelovige mensen hebben het altijd geloofd. In de geest zijn deze dingen echter wel mogelijk; alleen moet men wel in de waarheid van de geest geloven. De drukinkt die drukkers gebruiken is materieel gezien overal dezelfde, of met die inkt nou een boek vol waarheid of een krant vol leugens gedrukt is geworden. In het ene geval is de inkt als een giftige leugen, in het andere geval als vloeibaar goud. -Voor de geest zijn de dingen die in de fysieke wereld gelijk zijn, geheel verschillend.

 
Rudolf Steiner, 22 september 1923

GA 350. Rhytmen im Kosmos und im Menschenwesen


toon meer citaten

Adressen en bronnen

Renée Zeylmans

Overleden op 16 februari 2018

Nearchus CV

Uitgeverij voor Sociale Driegeleding

Postbus 387

9400 AJ Assen

0592 408 989

www.nearchus.nl

Uitgeverij Pentagon

Vertalingen van Rudolf Steiner, opvoeding en vrijeschoolpedagogie

Weteringschans 54-a

1017 SH Amsterdam

020 622 7679

www.uitgeverijpentagon.nl

Stichting Rudolf Steiner Vertalingen

'Werken en Voordrachten' in het Nederlands

Boswachtersveld 203

7327 JS Apeldoorn

www.steinervertalingen.nl