menu
Het citaat van de dag

Verzorgd door Renée Zeylmans († 16 februari 2018)


De grote betekenis van de doop door Johannes de Doper is, dat hij bepaalde mensen die hij doopte tot bewustzijn moest worden gebracht. De mensen die hij doopte, dompelde hij volledig in het water onder. Zijn doop hield een totale onderdompeling in. Daardoor werd het etherlichaam van deze mensen uit het fysieke lichaam getild en werden zij voor een kort moment onder water helderziend.

Wat Johannes hen kon laten zien, was het feit dat de mens in de loop van de tijd wat zijn zielenleven betreft zo verkommerd was dat hij nog maar weinig van het oorspronkelijke spirituele erfgoed bezat – van dat spirituele vermogen dat hij door de poort van de dood kon meedragen en dat hem een helderziend bewustzijn kon geven.

En degene die door Johannes gedoopt werd, kreeg daardoor het inzicht: er is een vernieuwing van het zielenleven nodig. Er moest iets nieuws de zielen binnenstralen, zodat zich weer een leven na de dood kon ontwikkelen. En dit nieuwe is de zielen binnengestraald door het mysterie van Golgotha.

(…) Daarom kon Paulus zeggen: zoals de fysieke mensenlichamen van Adam afstammen, zo zullen steeds meer de zielen-eigenschappen van de mensen van Christus, van de tweede Adam, de geestelijke Adam, afstammen

 
Rudolf Steiner, Berlijn 14 januari 1913

GA 141 Das Leben zwischen Tod und neuer Geburt im Verhältnis zu den kosmischen Tatsachen. (De wereld van de gestorvenen)


In het leven
leert de ziel te denken;
zij denkt dan de wezens,
die scheppen wat zij ziet.
Maar voelt zij zich rustig,
gesterkt in zichzelf,
dan leert zij zichzelf
beslist niet alleen
door denken kennen;
dan weet zij zichzelf
in het heelal –
door goden gedacht.

 
Rudolf Steiner, Berlijn 13 januari 1914

GA 40 (blz. 92) Nederlands: Gedichten, Spreuken, meditaties. In deze tijd voltooide Rudolf Steiner de definitieve versie van Die Rätsel der Philosophie (GA 18), dat de ontwikkeling schetst van het filosofische denken vanaf de Griekse tijd tot aan het begin van de twintigste eeuw.


De overledene spreekt

Ik was met jullie verenigd
blijf in mij verenigd.
Wij zullen spreken met elkaar
in de taal van het eeuwige zijn.
Wij zullen samenwerken,
daar waar de vrucht der daden werkt.
Wij zullen weven in de geest,
Daar waar in het woord der eeuwige gedachten
mensengedachten worden geweven.

 
Rudolf Steiner, 11 januari 1924

GA 261, voor Georga Wiese Basel
Nederlands: Door de poort van de dood (teksten en meditaties)


Wat bij de esoterische scholing bereikt moet worden, is de eenzaamheid van de ziel. Die moet grondstemming blijven van de ziel en ook door niets aan het wankelen worden gebracht, zelfs wanneer we de liefste mensen tegenkomen.

Door de eenzaamheid openen zich de poorten van de geestelijke wereld. Dat is juist de voorwaarde voor het zuiver geestelijk leven. Maar daarmee wordt ook bedoeld dat we de eenzaamheid niet opzettelijk opzoeken en ons daardoor aan de plichten onttrekken die we tegenover de wereld hebben, maar veeleer om dit eenzaamheidsgevoel in de ziel te laten ontwaken en het niet door onzinnige gedachten enzovoort tot zwijgen te brengen.

(...) Zeer veel wordt er gezondigd door geklets. Wat men uit zijn esoterische oefeningen prijsgeeft, gaat voor de leerling verloren. Dat zou men zich moeten realiseren. Het betekent altijd een verzwakking van het etherlichaam; mensen met een zwak etherlichaam zijn altijd aan het kletsen.

Daarom is het voor ons een eis om ons innerlijk leven als een geheim af te schermen, hoogstens in een kleine groep vrienden die op hetzelfde geestelijke peil staat, door het bespreken van esoterische mededelingen en waarheden ons esoterische leven te verrijken; alleen is daarbij de basisvoorwaarde dat de juiste stemming bij iedereen aanwezig is.

Door te zwijgen groeien in ons de krachten en de sterkte die ons vooruit helpen.

In de geest lag de kiem van mijn lichaam.

 
Rudolf Steiner, Berlijn 7 januari 1912

GA 266/11. Versie A, notitie van Gunther Wagner (er bestaan nog twee versies van) Nederlands: Esoterische scholing.


Het moet diep tot ons doordringen, dat we eigenlijk helemaal geen vaste grond hebben waarin we kunnen wortelen, dat we dus aldoor een speelbal van de illusie zijn. En tot dit inzicht moet beslist iedereen komen, die de weg van de esotericus wil gaan. En een bepaald gevoel zal bij de meeste mensen optreden, namelijk een gevoel van vertwijfeling, van verlatenheid, van angst. Een angst zoals men die kent, wanneer men aan de rand van een berg staat en onder zich een diepe afgrond gewaarwordt. Vertwijfeling, verlatenheid zullen de beginnende esotericus omgeven, omdat iedere steun die hij in het leven meende te hebben, als een maya, een illusie van hem afvalt. Zijn God schijnt hem ontnomen te zijn, omdat hij in de hele schepping alleen het onechte, het bedriegelijke ziet; dit inzicht kan hem zelfs tot atheïsme brengen.

(…) We zullen later inzien dat het wijs en goed is, dat de wereld maya, illusie is.. Wanneer alles ware werkelijkheid zou zijn, zouden wij zelf niet langer naar waarheid, naar volkomenheid streven, we zouden geen vaardigheden kunnen ontwikkelen. We zouden nooit gelegenheid hebben om vanuit onszelf, vanuit eigen vrijheid naar het ware inzicht te zoeken.

(…) Het ware goddelijke ligt achter de zichtbare schepping verborgen – dat is de grote waarheid die we als esotericus achter de zintuiglijke schijn moeten zoeken. En omdat de wereld een illusie is, geeft ze ons juist de gelegenheid ons ik door valse schijn heen tot ontwikkeling te brengen, zodat we zelf de werkelijkheid, de godheid moeten vinden.

De esoterische scholing geeft ons bepaalde oefeningen, concentratie- en meditatieoefeningen, waarbij door het oefenen innerlijke zielekrachten in ons kunnen worden gewekt, die anders nog lang zouden blijven sluimeren.. Ik wil hier nog duidelijk benadrukken dat de leerling zich niet op die weg moet begeven enkel vanuit het vertrouwen in zijn leraar of wellicht vanuit een blinde verering voor hem, want dat zou helemaal de verkeerde weg zijn. Hij moet zijn eigen verstand gebruiken bij alles wat hij doet. Hij moet als hij in zijn meditaties verdiept is, niet geloven dat daar een suggestieve kracht van uitgaat, want dat zou een geheel verkeerde aanname zijn. Ze kunnen niet suggestief werken, omdat ze zo zijn samengesteld dat iedereen door zichzelf de imaginatie bereikt, waarop door de oefeningen slechts gewezen wordt.

(…) De mens zal geleidelijk aan beleven alsof er iets naast hem loopt iets dat meedenkt, meeluistert. Het is een tweede ik dat te voorschijn komt, een dubbelganger die men buiten zich heeft geplaatst. Hoe serieuzer iemand de esoterische weg is gegaan, des te meer plaats hij van zijn oude mens buiten zich.

(…) Dat is niet steeds een aangename ervaring. Maar het besef deze dubbelganger altijd bij zich te hebben, zal hem zijn tekortkomingen in het bewustzijn roepen, opdat hij zich zal verbeteren. Hij moet voortdurend deze aanwezigheid beleven, anders zou het gevaarlijk worden en zou hij bij al zijn hoge idealen en intenties vergeten wat eigenlijk zijn innerlijk leven en zijn tekortkomingen zijn.

Hoe sterker de dubbelganger optreedt, des te beter is het voor onze ontwikkeling, want anders zouden we ons aan een grote illusie over onszelf overgeven.

 
Rudolf Steiner, Hannover 31 december 1911

GA 264. Zur Geschichte und aus dem Inhalten de ersten Abteilung der esoterischen Schule 1904-1914 (Esoterische Scholing)


toon meer citaten

Adressen en bronnen

Renée Zeylmans

Overleden op 16 februari 2018

www.reneezeylmans.nl

Nearchus CV

Uitgeverij voor Sociale Driegeleding

Postbus 387

9400 AJ Assen

0592 408 989

www.nearchus.nl

Uitgeverij Pentagon

Vertalingen van Rudolf Steiner, opvoeding en vrijeschoolpedagogie

Prinsengracht 1055-b3

1017 JE Amsterdam

Postbus 15252
1001 MG Amsterdam

020 622 7679

www.uitgeverijpentagon.nl

Stichting Rudolf Steiner Vertalingen

'Werken en Voordrachten' in het Nederlands

Boswachtersveld 203

7327 JS Apeldoorn

www.steinervertalingen.nl