menu
Het citaat van de dag

Verzorgd door Renée Zeylmans († 16 februari 2018)


De wereld moreel ervaren: de natuurgeesten beleven achter al het fysieke.

(…) We richten onze blik, omhoog kijkend vanaf de aarde, op de uitgestrektheid van de wereld-ruimte, van waaruit ons het blauw van de hemel tegemoet komt op een dag dat er geen wolk aan het blauw aan de hemel onderbreekt.

(…) Het komt in eerste instantie aan op de indruk die dit blauwe uitspansel van de hemel op ons maakt.

Zo aan het blauw van de hemel overgeven, dat wij alle uiterlijke indrukken, alle herinneringen, alle zorgen van het leven, alle bekommernissen voor een ogenblik kunnen vergeten en dat we ons volledig overgeven aan enkel en alleen maar de indruk van de blauwe hemel.

(…) Dan komt er een moment waarop we geen blauw meer zien, waarop het blauw ophoudt om voor ons blauw te zijn, aandacht geven aan onze eigen ziel, dan zullen we in onze ziel een heel bepaalde stemming opmerken: het blauw verdwijnt als het ware en er opent zich voor ons een oneindigheid.

En in deze oneindigheid wil een heel bepaalde stemming van onze ziel, een heel bepaald gevoel, een heel bepaalde gewaarwording van onze ziel uitvloeien; in de leegte die ontstaat, waar eerder het blauw was. En willen we deze gewaarwording van de ziel, wat daar naar buiten wil in al die oneindige verten benoemen, dan hebben we daar slechts één woord: onze ziel voelt ’vroom’, vroom tegenover een oneindigheid, vroom in overgave.

(…) Moreel, zo is de indruk van het blauwe hemelgewelf geworden. Het zich weids uitstrekkende blauw heeft een moreel gevoel in onze ziel opgeroepen. Terwijl het als blauw verdwenen is, is in onze ziel een moreel gevoel ten opzichte van de uiterlijke wereld tot leven gekomen.

 
Rudolf Steiner, Helsinki 3 april 1912

GA 136. Die geistigen Wesenheiten in den Himmelskörpern und Naturreichen. (Leven met engelen en natuurgeesten, uitgeverij Pentagon)


Mogen Gods beschermende zegende stralen
mijn groeiende ziel vervullen,
opdat deze altijd en overal
versterkende krachten opnemen kan.
Zij wil de gelofte afleggen
om de macht van de liefde
in zichzelf tot leven te wekken,
en aldus de kracht van God
op haar levensweg te zien
en met haar gehele vermogen
te handelen naar Gods wil.

 
Rudolf Steiner, Wenen 31 maart 1910

GA 40. Der Mensch im Durchgang durch die planetarische Evolution. In de voordracht noemt Steiner de spreuk "een gebed". (Nederlands uit: Gedichten, spreuken, meditaties)


Alle melkprodukten die het menselijk organisme opneemt, bestemmen hem tot aardeschepsel en brengen hem in samenhang met de aardse verhoudingen. Welbeschouwd kluisteren zij hem niet aan de aarde. Zij maken hem tot aardeburger en verhinderen hem toch niet burger van het gehele zonnestelsel te zijn.

(…) Het besluit melkvoeding tot zich te nemen betekent als het ware: ik wil mij op aarde ophouden om mijn opgave te kunnen volbrengen, doch ik wil er niet uitsluitend voor de aarde zijn.

(…) Om niet al te zeer de innerlijke ontwikkeling nastrevende zonderling te worden, om niet te vervreemden van menselijk voelen, menselijk streven op aarde, is het goed zich te voeden met melk en melkprodukten gedurende het verblijf op aarde.

(…) Wie een ontwikkeling doormaakt, beleeft alle suikersubstantie die hij tot zich neemt of in zich heeft als iets, dat innerlijke vastheid, innerlijke steun, een soort natuurlijk ik-gevoel geeft. In dit opzicht mag zelfs in zekere zin een soort lofrede op de suiker worden gehouden. Juist iemand die een zielenontwikkeling doormaakt, kan dikwijls bemerken dat hij soms zelfs behoefte heeft aan wat suiker, omdat de ontwikkeling van de ziel er vanzelf toe leidt steeds onzelfzuchtiger te worden. De ziel wordt vanzelf onzelfzuchtiger door een grondige geestelijke ontwikkeling.

Opdat nu de mens, die door zijn fysieke lichaam nu eenmaal een aarde-opgave heeft, niet de samenhang van zijn ik-organisatie met de aarde verliest, is het juist goed een tegenwicht te verschaffen in het lichamelijke, waar de egoïteit immers niet zo’n grote betekenis heeft als in het morele. Door het gebruik van suiker wordt een soort onschuldige egoïteit tot stand gebracht, die een tegenwicht kan vormen tegen de onafwendbare onzelfzuchtigheid op moreel-geestelijk gebied. Het kan ons ervoor vrijwaren niet alleen onzelfzuchtig maar ook nog dromerige fantasten te worden en de samenhang met een gezond oordeelsvermogen over aardse verhoudingen te verliezen.

De toevoeging van suiker aan de voeding kan de mogelijkheid verschaffen ondanks het opstijgen in de geestelijke wereld met beide benen op de grond te blijven staan en een zeker gezond inzicht aan te kweken.

Om niet aan een verkeerde onzelfzuchtigheid blootgesteld te zijn, gevoelt iemand die vorderingen in de antroposofie maakt, soms behoefte aan wat suiker. Hij beleeft door het gebruik van suiker onwillekeurig een zekere vastheid, een zeker ik-gevoel zonder morele schade op te lopen. In het algemeen kan gezegd worden dat suiker langs lichamelijke weg het persoonlijkheidskarakter verhoogt. Mensen die graag suiker eten – natuurlijk binnen gezonde grenzen – kunnen hun persoonlijkheid gemakkelijker in hun fysieke lichaam uitdrukken dan mensen die dit niet doen.

 
Rudolf Steiner, Den Haag 21 maart 1913

GA 145. Welche bedeutung hat die okkulte Entwicklung des Menschen für seine Hullen-physischen Leib, Atherleib, Astralleib – und sein Selbst? (Innerlijke ontwikkeling door Antroposofie, uitgeverij Vrij Geestesleven)


Als je de antroposofie wilt benaderen moet je om zo te zeggen de taal weer helemaal opnieuw leren. Want u zult wel merken, als een of andere geleerde van tegenwoordig een lezing houdt -sakkerloot, dat gaat alsof het uit een machine komt.

Een uiteenzetting op het gebied van geesteswetenschap, van antroposofie is anders. Daarbij moet voortdurend naar de woorden worden gezocht, moeten de woorden innerlijk als nieuw worden gehanteerd. En dan later, als de woorden zijn gevormd, dan ben je bang dat die woorden niet de goede betekenis hadden. Bij antroposofie bestaat een heel andere verhouding tot degene die luistert, dan bij de tegenwoordige geleerden het geval is. Zij laten zich niets aan de taal gelegen liggen. In de antroposofie moet altijd rekening gehouden worden met de taal.

Dat is nu wat op een bijzondere manier aan het licht treedt als ik mijn boeken schrijf; dan heb ik om zo te zeggen voortdurend een innerlijke onrust om de taal goed te vormen zodat de mensen ook kunnen begrijpen wat er staat. Wat men dan met de taal moet scheppen is iets nieuws.

Geleerden van tegenwoordig zeggen gewoon dat ik een slechte stijl heb, dat ik geen behoorlijk Duits schrijf. Dat komt omdat ze de gewoonte hebben om de woorden zomaar achter elkaar te zetten, zoals dat bij routinewerk gaat. Ze spreken niet vanuit hun ziel. Daardoor hebben ze niet de gewoonte om hun zinnen anders te vormen dan ze doen. Het blijkt dus wel dat de mensen zich tegenwoordig niet meer veel van de taal aantrekken.

 
Rudolf Steiner, Dornach 17 maart 1923

GA. 349 Vom Leben des Menschen und der Erde (Het Leven van mens en aarde, uitgeverij Vrij Geestesleven)


Inwijding betekent; het wekken van de in iedere mensenziel sluimerende vemogens waardoor men kijken kan in de geestelijke werelden, die achter onze zintuiglijke wereld liggen en waar onze zintuiglijke wereld alleen maar een uiterlijke uitdrukking, een uitwerking van is.

Een ingewijde is iemand die de nauwkeurig bepaalde, wetenschappelijk doorwerkte methoden van de inwijding heeft toegepast, methoden die net zo wetenschappelijk doorwerkt zijn als de methoden die toegepast worden in de scheikunde, de natuurkunde of op andere wetenschappelijke gebieden.

Wat je bij zulke methoden ervaart is overigens niet iets wat een mens op iets uiterlijks moet toepassen, maar wat in eerste instantie alleen op jezelf betrekking heeft, op het instrument, het werktuig waardoor heen je in de geestelijke wereld kijkt.

Een echte kenner van de geest weet hoe diep en waar de volgende woorden van Goethe zijn:

Vol raadsels, zelfs bij lichten dag,
laat de natuur haar sluier niet verdringen,
en wat ze wilde, dat uw wezen nimmer zag,
dat kunt gij met geen schroeve’ en geen hefboom dwingen.

(...) Wat de geestwetenschappelijke beweging wordt genoemd is een pad dat ontsloten is om de mensen tot dat punt te brengen dat ze de weg naar de hogere geheimen kunnen vinden.

(...) De hoogste wijsheid is één onverdeelde wijsheid waar en wanneer er ook maar mensen leven of geleefd, als ze eenmaal tot de hoogste wijsheid zijn gekomen, dan is deze hoogste wijsheid voor alle mensen één wijsheid, net zoals het uitzicht als je je helemaal bovenop de top van een berg bevindt één onderbroken uitzicht is. Maar er bestaan verschillende wegen om op de top van de berg te komen, en je zult de weg kiezen die gezien het uitgangspunt waarop je je bevindt de meest geschikte is.

 
Rudolf Steiner, 14 maart 1907

GA 55. Die Erkenntnis des Übersinnlichen in Unserer
zeit. (Christian RosenKreutz en het geheim van
de rozenkruizers, uitgeverij Pentagon)


toon meer citaten

Adressen en bronnen

Renée Zeylmans

Overleden op 16 februari 2018

Nearchus CV

Uitgeverij voor Sociale Driegeleding

Postbus 387

9400 AJ Assen

0592 408 989

www.nearchus.nl

Uitgeverij Pentagon

Vertalingen van Rudolf Steiner, opvoeding en vrijeschoolpedagogie

Prinsengracht 1055-b

1017 JE Amsterdam

020 622 7679

www.uitgeverijpentagon.nl

Stichting Rudolf Steiner Vertalingen

'Werken en Voordrachten' in het Nederlands

Boswachtersveld 203

7327 JS Apeldoorn

www.steinervertalingen.nl