menu
Het citaat van de dag

Verzorgd door Renée Zeylmans († 16 februari 2018)


De dood als het Lichtend begin van het Geestelijk leven

In het gewone leven herinnert de mens zich zijn geboorte niet. Het ogenblik van de dood daarentegen laat voor het hele leven tussen de dood en een nieuwe geboorte een zeer diepe, onuitwisbare indruk achter. Men herinnert zich dit het allermeest, het staat altijd voor ons, maar in zekere zin anders dan het gezien wordt vanuit deze kant van het leven. Van deze kant van het leven gezien, komt de dood ons voor als een ontbinding, als iets dat de mens vrees en afgrijzen inboezemt. Van de andere kant ziet men de dood als het lichtende begin van het geestelijk leven, als dat wat als het ware een zonneglans uitstraalt over het hele verder leven na de dood, als datgene waarop men altijd weer met warme sympathie terugziet. Dat is het moment van de dood.

(…) want het bewustzijn is bijzonder helder, en alleen omdat de mens er nog niet aan gewend is in de allereerste tijd na de dood in dit overmatig heldere bewustzijn te leven, treedt aanvankelijk onmiddellijk na de dood zo iets als een slaaptoestand op. Geen slaaptoestand zoals we in het gewone leven doormaken. Maar omdat het bewustzijn te sterk, te krachtig is, omdat we geheel in bewustzijn leven, moeten wij de eerste dagen wennen aan deze toestand van overmatig bewustzijn.Wij moeten ons eerst leren oriënteren in deze toestand van overmatig bewustzijn. Als het ons dan lukt ons zover daarin te oriënteren, dan voelen wij als het ware uit de veelheid van de wereldgedachten opkomen de gedachte: Dat ben jij geweest!

In het ogenblik waarop wij uit de rijkdom van de wereldgedachten ons afgelopen leven op aarde gaan onderscheiden, in dat ogenblik beleven wij in deze rijkdom van het bewustzijn het moment waarvan wij kunnen zeggen: wij ontwaken. Het is dus een gewend raken aan het bovenzinnelijke bewustzijn, aan het bewustzijn dat niet op de grondslag en de steun van de fysieke wereld berust. Maar dat zelfstandig werkt. Dat is wat wij ”ontwaken” noemen na de dood. Men zou willen zeggen, dit ontwaken is eigenlijk een tasten-naar-de-weg van de wil, die zich na de dood in het bijzonder kan ontwikkelen

Wanneer dit van wil doortrokken gevoelsleven tastend binnengaat in deze bovenzinnelijke wereld, wanneer het zo een eerste tasten volbrengt, dan is het ontwaken begonnen.

 
Rudolf Steiner, 2 februari 1915

GA 161. Wege der Erkenntnis und der Erneurung Kunstlerischen Weltanschauung (Nederlands in: Over het voorgeboortelijk leven)


Aan de leden

De juiste verhouding van de vereniging tot de Antroposofie

Antroposofie kan alleen gedijen als zij leeft. Want de grondtrek van haar wezen is leven. Zij is uit de geest stromend leven. Daarom wil ze door de levende ziel, door het warme hart met toewijding beoefend worden.

De oervorm waarin zij onder mensen kan verschijnen is de idee. En de eerste poort waardoor zij toegang tot de mensen zoekt, is het inzicht; als dat niet zo zou zijn dan zou zij geen inhoud hebben. Zij zou slechts uit dweperige gevoelens bestaan. Maar de ware geest dweept niet; die spreekt een duidelijke taal, rijk aan inhoud.

Maar deze taal is er een die de gehele mens aanspreekt, niet alleen zijn verstand. Wie alleen met het verstand de antroposofie opneemt doodt haar door zijn manier van opnemen. Zo iemand denkt dan misschien dat het om ’’kille wetenschap’’ gaat. Maar hij merkt niet dat zij alleen maar haar warme leven verloren heeft door de ontvangst die hij haar in zijn ziel bereid heeft.

(…) Wanneer het mensenhart zich tot het boek wendt om over Antroposofie te horen, moet zij telkens nieuw tot leven komen.

(…) Dat kan alleen maar zo zijn als de schrijver door het leven van de geest is bewogen en daardoor in staat is aan het dode geschreven woord toe te vertrouwen wat de naar geestelijk levende zoekende ziel van de lezer kan ervaren als een wederopstanding van de geest uit het woord. Alleen boeken die in de lezende mens levend kunnen worden, zijn antroposofische boeken.

(…) Wie iemand over Antroposofie hoort spreken wil die mens in zijn hele oorspronkelijke wezen voor zich hebben, niet een gesproken opstel..

(…) Reeds in onze woorden moet doorklinken wat niet propagandistisch overtuigen, maar wat alleen uitdrukking aan de geest wil geven.

(…) We mogen ons niet met de schone schijn van het geheimzinnige doen omgeven. De huidige tijd verdraagt die schone schijn niet. Ze wil in de volle openbaarheid werken. Het ’geheim’ ligt niet in het geheimzinnig doen, maar in de innerlijke ernst, waarmee in elk hart de Antroposofie nieuw beleefd moet worden. Zij is niet op een uiterlijke manier overdraagbaar. Zij kan alleen in het innerlijk beleven door de ziel begrepen worden. Daardoor wordt ze tot een ’’geheim’’ dat telkens in het begrijpen opnieuw ontsloten moet worden. Als men dit karakter van het ’’geheim’’ inziet, dan zal men ook de juiste ’’esoterische’’ gezindheid in zijn ziel dragen.

 
Rudolf Steiner, 27 januari 1924

GA. 260a, aan de leden 11. Was in der Anthroposofischen Gesellschaft vorgeht – 1ste jaargang 1924. (Brieven aan de leden van de Antroposofische vereniging, uitgave AViN). De titels werden door Marie Steiner in de uitgave van 1930 boven de brieven geplaatst.


Van de macht die alle wezens bindt,
bevrijdt de mens zich die zichzelf overwint,
en die in deze overwinning
zichzelf pas werkelijk vindt,
zoals de hele mensheid werkelijk
in Christus zichzelf kan vinden.

 
Rudolf Steiner, Berlijn 25 januari 1912

GA 40. Gedichten, spreuken, meditaties.


Wij worden vanuit de kosmos gedacht. De kosmos denkt ons.

(…) Mediteert u maar eens over het volgende idee: Ik denk mijn gedachten. -En ik ben een gedachte die door de hiërarchieën van de kosmos wordt gedacht. Het eeuwige van mij bestaat erin dat het denken van de hiërarchieën iets eeuwigs is.

Als ik ooit door een categorie van de hiërarchieën ben uitgedacht, dan word ik overgedragen van de ene categorie op de andere, opdat deze op zijn beurt mij in mijn eeuwige, ware wezen verder denkt –zoals de menselijke gedachte van de leraar op de leerling wordt overgedragen. Zo voel ik me midden in de gedachtewereld van de kosmos.

 
Rudolf Steiner, Berlijn 23 januari 1914

GA 151. Der menschliche und der kosmische Gedanke (Het menselijke en kosmisch denken)


Onze liefde moge je volgen,
ziel, die daar leeft in de geest,
die haar aardeleven schouwt,
schouwend zich als geest-erkent
en wat jou in de zielenwereld
denkend als eigen wezen verschijnt
neme onze liefde op
opdat wij in jou ons voelen
jij in onze ziel kunt vinden
wat met jou (in trouw) wil leven.

 
Rudolf Steiner, 22 januari 1918

GA 181. Der Tod – die andere Seite des Lebens. (De dood de andere zijde van het leven, uitg. Zevenster)


toon meer citaten

Adressen en bronnen

Renée Zeylmans

Overleden op 16 februari 2018

Nearchus CV

Uitgeverij voor Sociale Driegeleding

Postbus 387

9400 AJ Assen

0592 408 989

www.nearchus.nl

Uitgeverij Pentagon

Vertalingen van Rudolf Steiner, opvoeding en vrijeschoolpedagogie

Weteringschans 54-a

1017 SH Amsterdam

020 622 7679

www.uitgeverijpentagon.nl

Stichting Rudolf Steiner Vertalingen

'Werken en Voordrachten' in het Nederlands

Boswachtersveld 203

7327 JS Apeldoorn

www.steinervertalingen.nl