menu
Het citaat van de dag

Verzorgd door Renée Zeylmans († 16 februari 2018)


Er zal in het westen een werkelijke incarnatie zijn van Ahriman, voordat er ook maar een deel van het derde millennium zal zijn verlopen. Ahriman grijpt als weldoener in, op een ogenblik, dat de aarde in grote nood verkeert.

Ahriman bootst de heilsdaad van Christus na ! Het wordt voor hem pas mogelijk om te incarneren, als er een fysiek menselijk individu aanwezig is die voor hem geschikt is. De incarnatie in menselijke gestalte wordt nu al (1919) voorbereid in de geestelijke wereld, zodanig, dat zij de mensen in hoogste mate verleiden en in verzoeking brengen zal.

 
Rudolf Steiner, 1 november 1919

GA 191. Soziales verständnis aus Geistes­wissenschaftlicher Erkenntnis


Voor het midden van deze eeuw (20e) zal Christus (etherisch) waargenomen moeten zijn. Echter daarvoor moet alles wat van het oude is overgebleven teniet zijn gedaan.

(…) De mens moet zijn volledige vrijheid vanuit het nulpunt vinden. En het nieuwe inzicht moet vanuit dit niets putten.

In de volgende voordracht van 31 oktober 1920 wordt deze toestand van het nulpunt nader beschreven als een diepe innerlijke gespletenheid van de menselijke ziel, op grond waarvan de nieuwe ervaring van Christus mogelijk wordt:

Dit zal de oplossing zijn voor de belangrijkste disharmonie die zich ooit op aarde heeft voorgedaan; de disharmonie in de mens, die zich als aards wezen ervaart en tegelijkertijd inziet dat hij een bovenaards, kosmisch wezen is. De vervulling van deze drang bereidt hem voor op het besef hoe het wezen van Christus zich vanuit de grijze diepte van de geest aan hem openbaart en geestelijk tot hem spreekt, zoals hij in de tijd van het mysterie van Golgotha fysiek tot hem sprak.

Christus zal niet in geestelijke zin verschijnen, indien de mensen daar niet op zijn voorbereid. Maar ze kunnen er alleen maar op voorbereid zijn (…) door de hier beschreven tegenstrijdigheid te ervaren en de vreselijke druk van de tweestrijd te voelen: Ik ben nog een aardewezen. De intellectuele ontwikkeling van de laatste eeuw heeft alles gebracht wat mij tot aardewezen maakt. Ik ben echter geen aardewezen.

 
Rudolf Steiner, 30 oktober 1920

GA 200. Die Neue Geistigkeit und das Christus-erlebnis des zwanzigsten jahrhunderts.


Tegenwoordig is de geestelijke atmosfeer waarin de mensheid leeft, zo sterk met de wil tot misverstand geïmpregneerd, dat je woorden meteen anders uitgelegd worden dan hoe ze bedoeld waren toen je ze uitsprak.

 
Rudolf Steiner, Dornach 27 oktober 1917

GA 177. Der Sturz der Geister der Finsternis. (De val van de geesten van de duisternis, uitgeverij Pentagon)


In de grond van de zaak wilden de Geesten van de Duisternis in die oude tijden op hun manier ook weer het beste voor de mensen, ze wilden de mensen tot absolute vrijheid vormen, waarvoor de mensen in die tijd zeer zeker nog niet rijp waren. Ze wilden de mensen uitrusten met die impulsen waardoor elk afzonderlijk mens individueel op zichzelf werd geplaatst. Dat moest echter niet gebeuren, omdat de mensheid daar nog niet rijp voor was.

Er moest een tegenkracht tegenover gesteld worden door de Geesten van het Licht; en deze tegenkracht bestond erin dat indertijd de mens uit geestelijke hoogten naar de aarde werd verplaatst, wat als de verdrijving uit het paradijs symbolisch beschreven wordt. In werkelijkheid was dit omlaag stoten van de mens uit de hemel op aarde het inkapselen van de mens in de stroom van de overgeërfde of overerfbare eigenschappen.

Lucifer en de Ahrimanische machten wilden dat ieder mens als individualiteit op zichzelf was geplaatst. Daardoor zou de mens in onrijpe toestand snel vergeestelijkt worden. Dat moest niet gebeuren. De mens moest op aarde opgevoed worden, moest door de krachten van de aarde ontwikkeld worden. Dat gebeurde doordat de mens werd ingesponnen in de erfelijkheidsstroom, zodat de ene mens fysiek afstamde van de andere. De mens was nu niet meer op zichzelf geplaatst, maar hij erfde bepaalde eigenschappen van zijn voorvaderen. Hij was daardoor belast met aardse eigenschappen die Lucifer niet over hem had willen laten komen.

Alles wat in de fysieke erfelijkheidslijn ligt, is door de Geesten van het Licht als tegenstroom tegen de stroom van Lucifer op de mensen gestempeld. Er is aan de mens als ware een gewicht gehangen, waardoor hij verbonden werd met het aardebestaan. Zodat we met alles wat in verbinding staat met erfelijkheid, met verwekking, met voortplanting, met de liefde op het aardse gebied, ons verbonden moeten denken die geestelijke wezens wier leiding als Jahwe of Jehova aangeduid wordt.

(…) De bloedverwantschap moest de signatuur geven voor de aardse ordening.

(…) Maar met name tot aan de 15e eeuw zien we overal leringen ontspruiten die zich tegen enkel de natuurlijke banden, tegen de familiebanden, de gezinsbanden, volkerenverbanden enzovoort verzetten.

(…) engelachtige wezens, wezens uit de hiërarchie van de Angeloi zijn het, die sinds 1879 onder ons werken, nakomers van de oude Geesten van de Duisternis, verwant met hen, van gelijke aard als zij, maar pas door de gebeurtenis van 1879 zijn ze uit de hemel op aarde gestoten.

(…) De regelrecht voortwerkende Geesten van het Licht hebben genoeg gedaan in het vastleggen van de bloedsbanden, van de stam-, van de rassenbanden enzovoort, want in de ontwikkeling heeft alles zijn vaste tijd. Dat wat vastgelegd is in de mensheid door de bloedbanden, daarvoor is genoeg gebeurd in de algemene gerechtvaardigde wereldordening. Zodat sinds deze nieuwe tijd de Geesten van het Licht zo veranderen dat zij nu de mensen inspireren om vrije ideeën gevoelens, impulsen tot vrijheid te ontwikkelen, dat zij het zijn die de mensen op de grondslag van zijn individualiteit willen plaatsen. En de met de oude Geesten van de Duisternis verwante geesten, die krijgen nu geleidelijk aan de opgave in de bloedsbanden te werken.

(…) Michaël zal sinds 1879 de stadhouder zijn van de Christus, van de Christus-impuls, die erop uitloopt in plaats van de zuivere natuurlijke bloedbanden, geestelijke banden onder de mensen te scheppen. Want alleen door geestelijke samenhorigheidsbanden zal in het neergaande, dat geheel overeenkomstig de natuur is, het voortschrijdende binnenkomen.

Ik zeg: het neergaande is geheel overeenkomstig de natuur. Want net zoals de mens wanneer hij ouder wordt, niet een kind kan blijven, maar met zijn lichaam in een neergaande ontwikkeling binnentreedt, zo trad ook de hele mensheid in een neergaande ontwikkeling binnen. We zijn uit het vierde cultuurtijdperk gekomen, we zijn in het vijfde; het zesde en het zevende zullen samen met het vijfde de leeftijd van de tegenwoordige wereldontwikkeling zijn.

(…) En het zal blijken of er tenminste een kleine kring mensen wordt gevonden die zich onafhankelijk van alle bloedsvooroordelen omhoog kan werken tot het leren kennen van de holle-fraseologie die tegenwoordig over de aarde gaat, en die niets anders betekent dan een omhoog schieten naar de oppervlakte van dat wat geestelijk de gebeurtenis van november 1879 uitmaakt.

Voelen moeten we waar het leven opstijgt en waar het afdaalt.

 
Rudolf Steiner, Dornach 26 oktober 1917

GA 177. Der Sturz der Geister der Finsternis, uitgegeven in de bundel Die spirituellen Hintergründe der äusseren Welt. (De val van de Geesten van de Duisternis, uitgeverij Pentagon)


Er kunnen ons mensen in mensenvorm tegemoet treden die eigenlijk slechts naar de uiterlijke schijn mensen zijn, onderworpen aan steeds weerkerende aanrdelevens; in waarheid zijn het mensenlichamen met een fysiek, een etherisch en een astraal lichaam, waarin zich wezens belichamen om door middel van deze mensen hier werkzaam te zijn.

Het is inderdaad zo dat in het Westen een groot aantal van dergelijke mensen rondloopt, mensen die in feite niet gewoon wederbelichaamde mensen zijn, maar die dragers zijn van wezens die een uitgesproken vervroegde ontwikkelingsgang vertonen, die eigenlijk pas in een later ontwikkelingsstadium in de mensheidsvorm zouden mogen optreden. Deze wezens bedienen zich van het ganse menselijke organisme, maar voornamelijk –bij de Westerse mens- van het stofwisselingssysteem. Van de drie leden der menselijke natuur benutten zij het stofwisselingssysteem op een zodanige manier dat zij door middel van deze mensen inwerken op de fysieke wereld.

Iemand die het leven op de juiste manier beschouwt, ziet dit ook uiterlijk aan die mensen. Zo zijn bijvoorbeeld een groot aantal van diegenen die behoren tot angelsaksische geheime genootschappen –over de rol van zulke geheime genootschappen hebben wij de laatste jaren herhaaldelijk gesproken-, zo zijn leden van die geheimgenootschappen die invloedrijk zijn, eigenlijk dragers van dergelijke te-vroeg-optredende wezens die via het stof­wisselings­stelsel van bepaalde mensen op de wereld inwerken en zich een arbeidsterrein zoeken door middel van mensen die niet in regelmatige wederbelichamingen leven.

Evenzo zijn de toonaangevende persoonlijkheden van bepaalde sekten van zodanige aard; en met name bestaat het overgrote deel van een zeer verbreide sekte die een grote aanhang in het Westen heeft uit zulke mensen. Op die manier werkt, zou ik mogen zeggen, een gans andere geestgesteldheid in op de mensen van tegenwoordig. En het zal een essentiële opgave zijn om vanuit deze gezichtspunten stelling te kunnen nemen tegenover het leven.

De volgende passage stamt uit een voordracht voor priesters van de Christengemeenschap op 17 september 1924 (GA 346):

(…)In onze tijd verschijnen mensen die ik-loos zijn, die in werkelijkheid geen mensen zijn. Dat is een vreselijke waarheid. Zij lopen hier rond, maar zij zijn geen incarnatie van een Ik, zij worden binnengebracht in de fysieke ergfelijk­heids­stroom., zij krijgen etherlichaam en astraal lichaam en worden in zekere zijn uitgerust met een Ahrimanisch bewustzijn; zij geven de indruk mensen te zijn wanneer men ze niet nauwkeurig beschouwt, maar in de volle zin van het woord zijn het geen mensen.

(…)Dat is een verschrikkelijke waarheid maar het is de waarheid.

 
Rudolf Steiner, 22 oktober 1920

GA 200. Die Neue Geistigkeit und das Christus-erlebnis des zwanzigsten jahrhunderts.


toon meer citaten

Adressen en bronnen

Renée Zeylmans

Overleden op 16 februari 2018

Nearchus CV

Uitgeverij voor Sociale Driegeleding

Postbus 387

9400 AJ Assen

0592 408 989

www.nearchus.nl

Uitgeverij Pentagon

Vertalingen van Rudolf Steiner, opvoeding en vrijeschoolpedagogie

Prinsengracht 1055-b

1017 JE Amsterdam

020 622 7679

www.uitgeverijpentagon.nl

Stichting Rudolf Steiner Vertalingen

'Werken en Voordrachten' in het Nederlands

Boswachtersveld 203

7327 JS Apeldoorn

www.steinervertalingen.nl