menu
verzorgd door Ilse Beurskens-van den Bosch

Gestoofde witte kool, taugé en appel

Met pindasaus

Pinda’s worden ook wel aardnoten genoemd omdat deze vruchten op een heel bijzondere plek rijpen: onder de aarde. Botanisch gezien is de pinda geen noot maar een vlinderbloemige. De pindaplant bloeit zoals elke bloem, boven de grond. Maar zodra de bloemen bevrucht zijn, groeien de stengels en boren de peulvruchten zich in de bodem. De pinda’s rijpen onder de grond, waar ze meteen kunnen ontkiemen.

Recept voor 4 personen

  • 700 gram witte kool
  • 1 grote ui
  • 100 gram taugé
  • 1 appel
  • milde olijfolie
  • eventueel zeezout

Voor de saus

  • pindakaas
  • volle melk
  • shoyu of tamari
  • appelstroop
  • tomatenpuree
  • een stukje verse gember
  • vers gemalen peper

    

Witte kool in dunne plakken snijden en daarna in dunne reepjes. Ui op de wortelkant neerzetten en halveren. Beide helften met de lijnen van de ui mee in smalle partjes snijden. Ui fruiten in olie op een laag vuur.

 

Appel in kleine stukjes snijden. Kool met een klein scheutje water aan de uien toevoegen. De groenten met deksel in 5 à 10 minuten gaar stoven.

 Gember schillen en raspen op een fijne rasp. Melk en pindakaas mengen in de gewenste verhouding en al roerende verwarmen. Wanneer de saus glad is en de juiste dikte heeft, de gember toevoegen. De saus op smaak brengen met tomatenpuree, stroop, shoyu en peper.

Appel en taugé aan de kool toevoegen en een paar minuten mee stoven. Eventueel op smaak brengen met zout.

Lekker met met rijst, haver of gerst.

31 januari 2008