menu

Weekspreuk 40 

5 - 11 januari 

Und bin ich in den Geistestiefen,
Erfüllt in meinen Seelengründen
Aus Herzens Liebeswelten
Der Eigenheiten leerer Wahn,
Sich mit des Weltenwortes Feuerkraft.

En ben ik in de geestesdiepten,
Vervult diep in mijn zielengronden,
Uit liefdewerelden van het hart
De illusie van mijn aardse zijn.
Zich met de vuurkracht van het wereldwoord.

Grensgebied

Nu in de Kersttijd in de geestesdiepten het Wereldwoord geboren werd, voert de weekspreuk ons naar de zielengronden, daar waar dag- en nachtbewustzijn elkaar raken, waar de glans van ons geestelijk zijn nog straalt, maar het licht van alledag al schemert. Zoals het scheppingswoord nog verborgen is in de natuur, klinkt in onze zielengronden steeds iets door van de melodie van ons ware zijn. Om gewaar te worden dat Gods scheppingswoord nog doorklinkt in de schoonheid van de schepping, moeten we een beroep doen op onze imaginatie. Soms voelen we een zucht van de wereldschoonheidsglans als het vroege ochtendlicht de wereld raakt, of als in het stille avonduur de natuur tot ons spreekt.

Kunnen we zo ook iets van ons ware zijn beleven, weg van het onthullende licht van het denken, als het rumoer van onze bezigheden verstilt? In het beleven de schoonheid van de kunst herkent ons ware zijn zich, rakend aan de wereld van de intuitie die onze ziel beroert, waar we een glimp van een andere werkelijkheid zien, los van tijd, los van ambitie. Dan is de vraag: welke wereld is de illusie? Dat wat ik beleef van die andere wereld, of het alledaagse bestaan waarin ik zo weer binnenstap? Als je niet ontkomt aan de verleiding om een eenzijdige keuze te maken eindig je als asceet of atheïst. We zullen het moeten doen met de twee werkelijkheden waarin we leven.

Rudolf Steiner parafraseerde Decartes stelling: ‘Ik denk, dus ik ben’ met: ‘Ik denk, dus ik ben niet’. De wetenschap concludeert dat wat wij als ‘ik’ beleven toevallig als hersenfunctie door de evolutie is ontstaan. Maar ons ‘ik’ wordt niet bepaald door het intellect. Dat maakt het denken tot een lege functie. Wie we ten diepste zijn laat zich vinden in de stilte van wat Rudolf Steiner in zo veel weekspreuken ‘Ahnung’ – vermoeden - noemt.

Tegenover de macht van de wetenschap staat de vuurkracht van het wereldwoord. Twee enorme krachten die verbonden kunnen worden in de liefdewerelden van het hart. Zeg dan nog eens dat het menselijk bestaan doelloos is. Goethe stond in zijn gedicht ‘Wandrers Nachtlied’ in het grensgebied tussen deze twee werelden; Franz Schubert componeerde er zijn prachtige lied op.

Wandrers Nachtlied

Franz Schubert

Over alle bergen
heerst rust,
In alle kruinen
Speur je nog
Amper een zucht;
De vogels zwijgen in het woud.
Wacht maar! Dadelijk
Rust jij ook.

 
‘In de Week’ is nu ook in boekvorm verkrijgbaar, klik hier...