menu

Weekspreuk 41 

12 - 18 januari 

Der Seele Schaffensmacht,
Sie strebet aus dem Herzensgrunde,
Im Menschenleben Götterkräfte
Zu rechtem Wirken zu entflammen,
Sich selber zu gestalten
In Menschenliebe und in Menschenwerke.

De scheppingsmacht der ziel,
Zij wil uit ‘s hartengronden,
In het mensenleven godenkrachten,
Tot het juiste handelen doen ontvlammen,
Om zo mijzelf te vormen
In mensenliefde en in mensendaden.

Levenskunst

In de kringloop van het jaar leert de mens zichzelf kennen. Daarin is de natuur de wegwijzer die ons van de geesteshoogten in de zomer, tot de zielendiepten in de winter voert. Rudolf Steiner is de leraar die ons wegwijs maakt in deze leergang van het leven.

Het begin van elk leerproces kent drie stappen die leiden tot een eerste inzicht. Dat zie al bij de kinderen op school: de leerkracht roept door een vraag nieuwsgierigheid op, de kinderen willen daar wel enthousiast mee aan de slag en gaan op ontdekkingstocht, die ze tot het moment leidt dat het licht ze opgaat: ze snappen het!

Hoe verliep dat leerproces in de weekspreuken-leerschool de afgelopen tijd? In de Kersttijd werd geschilderd hoe het goede in de wereld geboren werd opdat het in onze ziel het vuur van het enthousiasme zou ontsteken. In de paar weken daarna hebben de weekspreuken ons op ontdekkingstocht gestuurd met de vraag: wat te doen met het nieuw ontstane zelfgevoel; met de vuurkracht van het wereldwoord. En nu zegt de weekspreuk: ga aan de slag met wat je geleerd hebt, gebruik de kracht die in je in het hart gelegd is.

Waar te beginnen, wat te doen? Neem een voorbeeld aan hoe kinderen leren. Die beginnen in het klein, met een handje boontjes in hoeveelheden te verdelen, woordjes te herkennen uit letters, tot ze later reken- en taalprincipes in de praktijk kunnen toepassen. Daarbij moeten ze de gewoonte ontwikkelen om eerst te bezien wat de vraag eigenlijk is en bedenken hoe ze hun kennis kunnen aanwenden. De weekspreuk heeft ons mensenliefde en mensendaden aangedragen. In de leerschool van het leven kunnen we ons de vraag stellen: wat is het goede dat ik doen wil, wat is het rechtvaardige dat ik besluit.

Daarmee neem je afstand van het directe oordeel. Zoals een kind leert rekenen aan het splitsen van een hoopje bonen, zo leer je in de levenskunst aan gewone gebeurtenissen. Het zijn kleine wilsoefeningen waarin je besluit hoe je wilt handelen. Het leert je je eerste gevoel niet als uitgangspunt te nemen, niet in gewoontes te vervallen, maar een gebeurtenis als een nieuwe belevenis aan te pakken. De leraar die de kinderen een opdracht geeft, doet dat met vertrouwen en vreugde, waaruit de kinderen zekerheid putten en vol verwachting aan de slag gaan. Die verwachting is ook door de Wereldgeest in de ziel gelegd en wekt daar de scheppingsmacht waarmee we de wereld tegemoet kunnen treden. De opdracht van de weekspreuk is om het vuur dat ontstoken is, in daden om te zetten. Waar dat toe leidt kan alleen de tijd leren, zodat je door de jaren ontdekt wat de levensschool je aan levenskunst geschonken heeft.

In cantate 34 ‘O ewiges Feuer, O Ursprung de Liebe’, brengt Johann Sebastiaan Bach, het enthousiasme en vreugde van de ziel tot klinken met trompetgeschal!

O ewiges Feuer, o Ursprung der Liebe,
entzünde die Herzen und weihe sie ein.
Laß himmlische Flammen durchdringen und wallen,
wir wünschen, o Höchster, dein Tempel zu sein,
ach, laß dir die Seelen im Glauben gefallen.
O eeuwig vuur, o oorsprong der liefde,
Doe harten ontbranden, door u gewijd
Laat hemelse vlammen nu laaien en blaken
Wij wensen, o Hoogste, uw tempel te zijn,
Ach, dat onze zielen u mogen behagen.

Luister naar: