menu

Weekspreuk 9 

1 - 8 juni 

­­

Vergessend meine Willenseigenheit,
Erfüllet Weltenwärme sommerkündend
Mir Geist und Seelenwesen;
Im Licht mich zu verlieren
Gebietet mir das Geistesschauen,
Und kraftvoll kündet Ahnung mir:
Verliere dich, im dich zu finden.

Voorbijgaand aan mijn eigen wil,
Vervult - als zomerbode - wereldwarmte
Mij geest en zielenwezen;
In het licht mij te verliezen
Gebiedt mij nu het geestesschouwen,
En krachtig maant mijn dieper weten:
Verlies je, om jezelf te vinden.

Stirb und werde!

Jezelf verliezen, is de boodschap van deze weekspreuk. Het ultieme zelfverlies reikt tot over de grens van de dood. Hoe kan een spreuk waarin het gaat over warmte die de mensenziel vervult, tot aan die grens gaan? In oude mysteriën moest de mens die zocht naar wie hij was, zich overgeven aan de mysteriemeester die hem in een beproeving tot aan de poort van de dood voerde. Voor de moderne mens is het leven zelf de proef die je door ervaring en beproeving meester leert zijn over je eigen leven. Hoe langer je leeft, hoe bedrevener je daar in wordt.

De eerste stap is het stadium van de vuurproef waarin je leert de sluiers van het noodlot te verbranden, doordat je weet: ik ben meer dan wat me overkomt. Ik verlies me niet in de duisternis van het bestaan, want ik vertrouw op het licht in de wereld van de geest. De tweede stap is de waterproef. Het is de zekerheid van wat je door de vuurproef leerde. Je hoeft niet kopje-onder te gaan: ‘Luctor et emergo’ - Ik worstel maar kom boven. De derde stap is de luchtproef. Doordat je geleerd hebt de wereld los te laten word je vrij in je handelen, ontstaat er ruimte voor inspiratie en het nemen van goede besluiten. De winst van het ‘loslaten van de eigen wil’ is letterlijk: tegenwoordigheid van geest.

Deze spreuk belooft geen wonderen. Het is een stap op een leerweg van jaar tot jaar, waarin de weekspreuken aan betekenis en kracht winnen. Deze spreuk bouwt voort op de Pinksterspreuk van vorige week: “Wanneer een goddelijk wezen, zich met mijn ziel verenen wil…” De geesteswereld wil zich met de mensenziel te verenigen en zegt: Kom, laat de zwaarte van de wereld los. Laat ons je helderheid schenken. Wij zijn jouw tegenwoordigheid van geest.

Goethes gedicht: Selige Sehnsucht – Zalig verlangen, gaat over jezelf verliezen om tot leven te komen. Het gedicht eindigt met de strofen:

Nicht mehr bleibest du umfangen
In der Finsternis Beschattung,
Und dich reißet neu Verlangen
Auf zu höherer Begattung.

Keine Ferne macht dich schwierig,
Kommst geflogen und gebannt,
Und zuletzt, des Lichts begierig,
Bist du Schmetterling verbrannt.

Und so lang du das nicht hast,
Dieses: Stirb und werde!
Bist du nur ein trüber Gast
Auf der dunklen Erde.

Niet meer blijf je nog verborgen
in de schaduw van de nacht,
verlangend naar een lichte morgen
waar een nieuw bestaan je wacht.

Geen verschiet doet je nog vrezen,
Vlinder. Je vliegt onvermoeid,
om één met het licht te wezen
tot je in het vuur verschroeit.

En wie deze roep niet past:
Sterf en kom tot leven!
Wordt als ongenode gast
Hier geen troost gegeven.

Goethe schreef in 1814-15 rond zijn 60e levensjaar een bonte reeks gedichten geïnspireerd door de 14e-eeuwse Perzische dichter Hafez, waar dit gedicht onderdeel van is. Het vierde deel van Willem Jets’ Eerste Symfonie heet ‘Selige Sehnsucht’.

 
‘In de Week’ is nu ook in boekvorm verkrijgbaar, klik hier...